Opinie: Een kind is meer dan zijn PISA-score
De nieuwe PISA-resultaten moeten ons zorgen baren. Als jongeren minder goed lezen, rekenen en kritisch denken, raakt dat aan hun recht op kwaliteitsonderwijs. Onderwijs moet ambitieus zijn en kinderen de kennis en vaardigheden meegeven die ze nodig hebben om hun weg te vinden in de samenleving.
Maar een PISA-score zegt natuurlijk niet alles over een kind. Het debat gaat snel over wat kinderen vandaag minder goed kunnen: lezen, zich concentreren, doorzetten, presteren. Zo riskeren we een maatschappelijk probleem te bekijken alsof het vooral aan individuele kinderen en ouders ligt.
De maatschappij verandert
Kinderen zijn niet plots het probleem geworden. De wereld waarin ze opgroeien, is veranderd. Migratie maakt onze scholen diverser. De wooncrisis raakt steeds meer gezinnen. Armoede weegt zwaar op kinderen. In scholen horen we van complexe problemen die soms al bij heel jonge kinderen zichtbaar worden. Het zijn omstandigheden waarmee we rekening moeten houden als we willen begrijpen waarom leren voor het ene kind zoveel moeilijker is dan voor het andere.
Niet gelijk aan de start, niet gelijk onderweg
Niet elk kind komt gelijk aan de start. De PISA-resultaten tonen ook hoe sterk onderwijskansen samenhangen met sociale omstandigheden. Vlaanderen combineert nog altijd relatief hoge gemiddelde prestaties met hardnekkige sociale ongelijkheid. De kloof tussen sterk en zwak presterende leerlingen blijft disproportioneel groot.
De leerlingenbevraging van PISA toont dat Vlaamse leerlingen minder familiale ondersteuning ervaren dan gemiddeld in de OESO-landen. Voor socio-economisch minder bevoorrechte leerlingen of voor leerlingen met een migratieachtergrond weegt dat nog meer. En zelfs als we ouders willen ondersteunen, hebben niet alle gezinnen daarvoor dezelfde tijd, rust, ruimte of mogelijkheden. Dat horen we ook van scholen en welzijnsvoorzieningen. Dat zou ons minstens evenveel zorgen moeten baren als onze plaats op een internationale ranglijst.
Een PISA-score laat niet zien onder welke omstandigheden een kind probeert te leren. Niet of er thuis een rustige plek is om huiswerk te maken, of een kind wakker ligt van geldzorgen, een moeilijke thuissituatie of mentale problemen. Niet of een kind maanden wacht op hulp, thuis mee zorgt voor anderen of na een veel te lange busrit in het buitengewoon onderwijs overprikkeld aankomt op school.
Een geschikte onderwijsplek is vandaag ook niet voor elke jongere vanzelfsprekend. Onze klachtenlijn hoort opnieuw ouders en jongeren die ook na twee weken in september nog geen school vonden in de B-stroom. Of jongeren die na een B-attest wel weten welke richting ze willen volgen in het bso, maar geen plaats vinden in de buurt. Ze belanden in een studierichting waar nog een stoel vrij is, niet omdat die aansluit bij hun talenten of motivatie.
Dat heeft gevolgen voor hun motivatie, voor hun gevoel van grip op hun schoolloopbaan en voor hun vertrouwen in onderwijs. Verklaart het mee dat een meerderheid van de leerlingen het basisniveau voor lezen, wiskunde en wetenschappen niet haalt?
Veel meer luisteren naar jongeren
Het gaat niet alleen om punten. Ook gelijke kansen, participatie, welzijn, bescherming en ontwikkeling zijn belangrijk. Die kinderrechten zijn ondeelbaar. Een kind laat armoede, psychische problemen of gebrek aan ondersteuning niet achter aan de schoolpoort.
Daarom moeten we ook luisteren naar wat jongeren zelf zeggen. De PISA-leerlingenbevraging toont dat een derde van de leerlingen zich niet thuis voelt op school. De helft vindt dat de school ze te weinig voorbereidt op het leven. Een kwart ziet weinig nut in wat de school aanbiedt. En pesten, zowel online als offline, blijft een hardnekkige realiteit op school. Het zijn belangrijke signalen over de relatie tussen jongeren en hun school.
Prestaties verbeteren vraagt dus meer dan een kennisrijk curriculum of klasmanagement. Hoe jongeren leren, hangt ook samen met hoe ze zich voelen en met de omstandigheden waarin ze opgroeien. Ze hebben leraren nodig, maar ook rust, stabiliteit, verbondenheid en perspectief. Ze moeten ervaren dat ze erbij horen en dat wat ze leren betekenis heeft.
Kinderen hebben recht op onderwijs dat ze uitdaagt en doet groeien. Ze hebben recht op hoge verwachtingen, ja. Maar we mogen niet doen alsof elke leerling gelijk aan de start komt. Een kind dat opgroeit in armoede heeft geen motivatieprobleem. Een jongere die psychisch vastloopt heeft niet gewoon meer discipline nodig. Een leerling die geen plaats vindt in een passende richting lost dat niet op door harder zijn best te doen.
Hoge verwachtingen vragen ook gelijke randvoorwaarden. Als we willen dat onderwijsresultaten verbeteren, moeten we investeren in de voorwaarden die leren mogelijk maken: gelijke onderwijskansen, inclusie, welzijn op school en ondersteuning van kinderen en gezinnen. Scholen kunnen dat niet alleen dragen.
Scholen kunnen het niet alleen
Daarom heeft elke school een brugfiguur nodig. Iemand die de brug slaat tussen school, gezin en buurt, iemand die vertrouwen opbouwt en gezinnen helpt de weg te vinden naar ondersteuning. Vandaag hangt de aanwezigheid van brugfiguren af van lokale beleidskeuzes.
Daarnaast is structurele versterking van het zorgteam nodig. Daarom blijven we pleiten voor een welzijnsprofessional in elke school, zonder lesopdracht, dicht bij leerlingen en leerkrachten. Niet om van scholen welzijnsvoorzieningen te maken, maar om de basiszorg structureel te versterken, zodat leerkrachten opnieuw maximaal leerkracht kunnen zijn.
Dalende leerresultaten zijn zorgwekkend. Goed kunnen lezen, rekenen en kritisch denken is fundamenteel. Maar precies daarom moeten we breder durven kijken. Niet alleen naar het kind, maar ook naar zijn context.
En laten we vooral voorzichtig zijn met het beeld dat we van deze generatie creëren. Zij groeit op in een samenleving die veel complexer werd. Het is onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ons onderwijs mee evolueert met die werkelijkheid.
We mogen hoge ambities hebben voor ons onderwijs, zolang we er ook voor zorgen dat elk kind de kans krijgt om die waar te maken.
Caroline Vrijens, Vlaams kinderrechtencommissaris
Deze opinie werd gepubliceerd op Knack.be op 16 september 2026.