Een kindvriendelijke politie is geen optie, maar een recht
Maandagavond kwam de 11-jarige Fabian om het leven in een politieachtervolging in een park in Brussel. Een onvoorstelbaar drama. Een kind dat niet meer naar huis komt.
Onze gedachten gaan in de eerste plaats naar zijn familie. Het verdriet, de vragen, de verontwaardiging – ze zijn immens. En terecht. Wat is daar misgelopen? Hoe kon dat gebeuren? Het is cruciaal dat het onderzoek antwoorden biedt. Snel en transparant.
Dat tragische voorval raakt een pijnpunt dat al langer speelt. Bij het Kinderrechtencommissariaat krijgen we al jaren meldingen over politie-interventies waar kinderen en jongeren bij betrokken zijn. Gelukkig loopt meestal niet fataal af. Maar vaak laten die situaties wel diepe sporen na. Jongeren of ouders vertellen ons over interventies buiten proportie, over intimiderende behandeling, en zelfs over geweld dat onbegrijpelijk is voor een kind. Voor kinderen die de politie vooral op die manier leren kennen, wordt de politie iets waar je bang voor bent.
Recht op bescherming
Politieagenten komen regelmatig in contact met minderjarigen – als slachtoffer, als getuige, als jongere in een moeilijke thuissituatie, of als verdachte van een strafbaar feit. Ze treffen kinderen bij huiszoekingen, in crisissituaties of bij arrestaties van ouders. In al die omstandigheden hebben kinderen recht op bescherming. Geen enkel kind mag bijkomende schade oplopen door de manier waarop politieoptredens verlopen. En dat betekent: communiceren op kindermaat, dreiging en geweld vermijden, bijstand garanderen van een vertrouwde volwassene, en hun ontwikkelingsniveau respecteren.
Toch krijgen agenten vaak niet de nodige opleiding of richtlijnen om met kinderen om te gaan. Sommigen vragen ons zelfs zelf: Hoe moet ik een kind benaderen dat getuige is van een huiszoeking? Wat als een kind overstuur raakt bij een arrestatie? Dat die vragen blijven terugkomen, toont hoe groot het hiaat in de opleiding vandaag nog is.
Kindtoets in het politiewerk
We vragen al jaren een structurele aanpak: een kindtoets in het politiewerk. Die moet een vast onderdeel zijn van de basisopleiding in alle politiescholen én terugkomen in de permanente vorming. Niet als vrijblijvend bijscholingsmoment, maar als kernonderdeel van de professionalisering van de politie. Want politiecontacten met kinderen zijn geen uitzondering. Ze zijn deel van de realiteit. Daar is een aanpak op maat voor nodig, met oog voor rechten, behoeften en veiligheid van kinderen.
Daarnaast moet het voor jongeren en ouders duidelijk zijn waar ze op een laagdrempelige manier terechtkunnen met klachten. Vandaag horen we van jeugdwerkers en jongeren zelf dat de drempel om klachten te melden hoog is. Angst voor represailles, of de overtuiging dat het toch niets zal veranderen, zorgen ervoor dat onrecht onzichtbaar blijft.
We kaartten dat al aan in de vorige legislatuur. We gaven het mee als prioriteit in ons memorandum voor de verkiezingen. En het staat nu eindelijk in het federaal regeerakkoord. Maar wat ontbreekt, is actie. Doorzetting. Urgentie.
Fabian is niet alleen een slachtoffer van een tragische fout. Hij is een spiegel voor een beleid dat tekortschiet in het beschermen van kinderen op cruciale momenten. Kinderen zijn geen kleine volwassenen. Ze hebben recht op een aanpak die rekening houdt met hun kwetsbaarheid.
Tot slot: dit debat mag niet alleen gaan over incidenten. We moeten ook investeren in de relatie tussen jongeren en politie. Vandaag staan veel jongeren wantrouwig of angstig tegenover de politie. Door eigen ervaringen of verhalen in hun omgeving ontstaat een negatief beeld dat moeilijk om te buigen is. Die kloof dichten, begint bij erkenning, dialoog en respectvol contact. Jongeren verdienen een politie die ze durven te vertrouwen – niet vrezen.
Een kindvriendelijke politie is geen optie. Het is een noodzaak. En een kinderrecht.
Deze opinie van Caroline Vrijens, Vlaams kinderrechtencommissaris verscheen op 10 juni 2025 op demorgen.be.