Kinderen die verdwijnen dat is ook onze verantwoordelijkheid

Opiniestuk

703 niet-begeleide minderjarigen verdwenen vorig jaar in België.  Dat zijn 703 kinderen en jongeren van wie we niet weten waar ze zijn, of ze veilig zijn, of ze slachtoffer werden van uitbuiting, mensenhandel of geweld. 115 werden als extra onrustwekkend beschouwd. Kinderen die extra kwetsbaar zijn: erg jong, ziek, met een beperking of met duidelijke signalen dat ze gevaar lopen. Dat zou ons allemaal diep moeten verontrusten. Wanneer kinderen verdwijnen, mogen we dat nooit als een onvermijdelijk neveneffect van migratie beschouwen. Elk verdwenen kind is er één te veel.
Als Kinderrechtencommissariaat zien we de verhalen achter de cijfers. 

Recent ontvingen we een melding over een 14-jarig niet-begeleid meisje uit Algerije, zelf moeder van een baby van acht maanden. Ze werd onderweg naar Europa vermoedelijk slachtoffer van mensensmokkel en seksueel geweld. Ze werd in België aangetroffen in de prostitutie en kwam terecht in een opvangcentrum. De begeleiding zag de ernstige risico’s en zocht bijkomende bescherming, maar botste op juridische en praktische grenzen. Korte tijd later verdween het meisje opnieuw. Vandaag weet niemand waar ze is en staat ze als onrustwekkend vermist geseind.  

Niet alle verdwijningen hebben dezelfde oorzaak. Sommige jongeren zetten hun reis verder naar familie of een netwerk elders in Europa. Andere verdwijnen omdat ze ontmoedigd raken door lange procedures, het lang in onzekerheid leven of een gebrek aan bescherming en hulp. Sommigen zijn al vóór hun aankomst slachtoffer van geweld of misbruik. Criminele netwerken weten die kwetsbaarheid maar al te goed uit te buiten. Welke reden ook aan de basis ligt, één vaststelling blijft overeind: wanneer kinderen verdwijnen, neemt het risico op uitbuiting, geweld en mensenhandel alleen maar toe. 

Het Kinderrechtenverdrag verplicht overheden om elk kind te beschermen, ook kinderen die in ons land aankomen en zeker wanneer ze onbegeleid zijn. Die verantwoordelijkheid houdt niet op bij de registratie of opvang van een kind of omdat ze geen verblijfsstatuut hebben. Ze vraagt blijvende bescherming.  Daarom is het positief dat het Europese Migratiepact inzet op een vroegere aanstelling van een voogd en een systematische kwetsbaarheidsscreening. Dat zijn belangrijke stappen, maar ze volstaan niet. We waarschuwden eind vorig jaar al voor de leefomstandigheden van niet-begeleide minderjarigen in asielcentra. Jongeren van zestien jaar en ouder moesten zelf rondkomen met zes euro per dag om eten te kopen en te koken. In sommige opvangcentra is er 's nachts één begeleider voor veertig jongeren. Begeleiders zetten zich elke dag met grote inzet in voor deze jongeren, maar onder zulke omstandigheden kunnen zij onmogelijk de nabijheid en intensieve begeleiding bieden die deze kinderen en jongeren nodig hebben.  

Dat geldt des te meer voor bijzonder kwetsbare groepen. In ons advies uit 2020 over de Maghrebijnse straatkinderen wezen we er al op dat deze groep groeit, steeds jonger wordt en vaak een opeenstapeling van trauma's, geweldservaringen, psychische problemen en wantrouwen tegenover hulpverlening met zich meedraagt. Zes jaar later zijn die aanbevelingen helaas nog altijd even actueel. 

Kinderen met een verhoogd risico moeten onmiddellijk terechtkunnen in gespecialiseerde opvang waar veiligheid, traumazorg en intensieve begeleiding centraal staan. Voogden moeten vanaf de eerste dag voldoende tijd en middelen krijgen om een vertrouwensband op te bouwen. Daarnaast is er een veel nauwere samenwerking nodig tussen Jeugdhulp, Fedasil, politie, justitie, gezondheidszorg en de verschillende bevoegdheidsniveau’s in ons land zodat signalen niet verloren gaan tussen verschillende systemen. Ook de informatie-uitwisseling tussen Europese lidstaten moet beter, zodat kinderen niet opnieuw uit beeld verdwijnen zodra ze een landsgrens oversteken. 

Maar bovenal moeten we anders leren kijken. Niet-begeleide minderjarigen zijn in de eerste plaats kinderen. Kinderen die vaak al meer hebben meegemaakt dan velen van ons zich kunnen voorstellen. Wanneer honderden kinderen elk jaar van de radar verdwijnen, mogen wij daar nooit aan wennen.  

Wanneer volgt eindelijk een doortastende aanpak met een duidelijke visie en een concreet plan om te vermijden dat kinderen voorgoed uit beeld verdwijnen?   

 

Dit opiniestuk verscheen op  demorgen.be op 15 juli 2026