Ook online verdienen kinderen een veilige wereld
Tijdens de vakantie laaien in veel gezinnen de discussies over schermtijd nog meer op dan anders. Zou je niet beter buitenspelen? Het eerste wat kinderen vragen als ze op hun bestemming zijn, is vaak: is er wifi? Die gesprekken zijn nodig. Maar ze leggen ook iets bloot: hoe alleen ouders zich vaak voelen als ze zoeken naar een gezond evenwicht.
Daarboven ligt een bredere laag van verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid van technologiebedrijven die algoritmes bouwen op verslaving. Die van overheden die weten wat er speelt, maar te traag schakelen. Kinderen brengen een groot stuk van hun leven online door. Ook daar hebben ze recht op bescherming. Hoog tijd voor duidelijke regels, meer houvast en een digitale omgeving die werkt voor kinderen.
De onlineomgeving biedt kinderen ongeziene kansen voor participatie, expressie en informatie, maar houdt tegelijk risico’s in. Het is onze verantwoordelijkheid als samenleving om erop toe te zien dat kinderen ook online veilig, vrij en volwaardig kunnen deelnemen, dat we ook online hun rechten erkennen en beschermen.
Lagereschoolkinderen die een smartphone hebben, kregen die gemiddeld toen ze acht jaar oud waren. In de derde graad van het lager onderwijs heeft ongeveer de helft van de leerlingen een smartphone. Vanaf het secundair onderwijs heeft zo goed als iedere jongere een eigen smartphone.
Alleen voor het scherm
Veel kinderen en jongeren zijn dus online, maar vandaag ontbreekt duidelijke bescherming. Kinderen en jongeren worden blootgesteld aan schadelijke of manipulatieve inhoud en grensoverschrijdend gedrag. Verslavende algoritmes sturen wat ze te zien krijgen. Hun privacy staat onder druk. En als ze online zijn, zitten ze vaak alleen voor een scherm. Veel ouders, leerkrachten of jeugdwerkers voelen zich machteloos om hun rol daarin op te nemen.
Bij het Kinderrechtencommissariaat krijgen we signalen van ouders, jongeren en professionals die elke dag met en voor kinderen werken. Een jongen van dertien die online gepest wordt en van wie beelden gedeeld worden. Een meisje dat ’s nachts urenlang scrolt en de slaap niet meer kan vinden. Een meisje dat het psychisch moeilijk heeft en online naar boodschappen geleid wordt die anorexia verheerlijken. Een kind in een voorziening dat online zijn enige contact met vrienden onderhoudt, maar ook kwetsbaar is voor manipulatie en misbruik.
De laatste maanden kwam het debat echt op gang en dat is goed. De minister van Welzijn, Caroline Gennez (Vooruit), organiseerde overleg over een minimumleeftijd op sociale media. Ook hulpverleners en experts luiden de alarmbel. Ze wijzen op duidelijk meer concentratieproblemen, gedragsmoeilijkheden en psychische klachten bij kinderen en jongeren. Ze linken die rechtstreeks ook aan het overmatige, vaak ongereguleerde schermgebruik en de druk die sociale media met zich meebrengen.
Er is onderzoek dat die zorgen bevestigt en ander onderzoek dat de zorgen relativeert. Het wetenschappelijk onderzoek is op dit moment niet eenduidig over de impact op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen. Daarom is het belangrijk om het voorzorgsprincipe te hanteren.
Structureel gepest
Uit het fameuze Apenstaartjarenonderzoek 2024 blijkt dat phishing de meest voorkomende vorm van oplichting is waarmee tieners online te maken kregen (38 procent). Meer dan een op de drie jongeren vindt onlinemedia belangrijk om zichzelf te ontdekken: het helpt om in contact te blijven met vrienden en familie, om mensen te ontmoeten die hun interesses delen en om nieuwe vrienden te maken. Maar 4 procent zegt ook structureel gepest te worden online, vaker meisjes dan jongens. Veel tieners en jongeren zien online ongepaste inhoud passeren, zoals beelden die aanzetten tot extreem slank zijn of gewelddadige en gruwelijke inhoud. Jongeren zeggen daarmee om te gaan door met anderen te praten of manieren te zoeken om van die inhoud af te komen. De expertencommissie die in april 2024 rapporteerde aan de Franse regering, wijst in het rapport Enfants et écrans – à la recherche du temps perdu op langetermijngevolgen voor mentale gezondheid en ontwikkeling.
Jongeren met een grotere kwetsbaarheid offline zijn vaak ook online het kwetsbaarst. Als ouders of andere opvoedingsverantwoordelijken zelf niet de mogelijkheden hebben om hen online te begeleiden, brengt dat meer risico’s met zich mee. Maar we mogen niet vergeten dat ieder kind en iedere jongere in volle ontwikkeling is en alleen al daardoor anders kwetsbaar is dan volwassenen. Veruit de meeste tieners ervaren een periode van onzekerheid over het eigen lichaam en zijn op zoek naar hun identiteit. Hun rechten online beschermen is belangrijk voor alle minderjarigen.
Duidelijke koerswijziging
Het Kinderrechtenverdrag is glashelder en geldt ook online. Kinderen hebben offline recht op informatie, vrije tijd, participatie en bescherming, en die rechten hebben ze net zo goed online. Dat betekent dat kinderen ook online recht hebben op toegang tot veilige leer- en spelomgevingen, op privacy en op bescherming tegen uitbuiting, geweld of schadelijke inhoud. En dat ze gehoord moeten worden over hun ervaringen online en zelf mee vorm mogen geven aan de digitale ruimte waarin ze leven.
Het is tijd voor een duidelijke koerswijziging. Overheden – Vlaams, federaal én Europees – moeten hun verantwoordelijkheid nemen. De digitale snelweg waarop kinderen zich elke dag begeven, heeft duidelijke verkeersregels nodig. Net zoals we in het verkeer voorzien in zebrapaden en verkeersdrempels, moeten we online voorzien in veilige toegang, bescherming en begeleiding. Daarvoor zijn de volgende maatregelen nodig.
Strikte regelgeving, die platformen verplicht om hun diensten kindveilig en privacyvriendelijk te maken, en handhaving van die regels. Een breed bekend kader, opgemaakt met experts én met kinderen zelf, met richtlijnen over schermgebruik, leeftijdsgrenzen en risico’s. Toezicht op wat online gebeurt, meldpunten en herstelprocedures die écht toegankelijk zijn voor kinderen en hun omgeving. Ondersteuning met toegankelijke bruikbare tools voor ouders, leerkrachten en jeugdwerkers, die vaak zoeken naar houvast in de snel veranderende digitale wereld. Gelijke toegang voor kinderen tot de onlinewereld en begeleiding, met educatie over digitale geletterdheid, vanaf jonge leeftijd, op school en daarbuiten. Investeringen in de offline vrije tijd van kinderen en jongeren, met genoeg toegang tot kindvriendelijke publieke ruimte en tot een ruim en toegankelijk vrijetijdsaanbod voor elk kind.
Passieve gebruikers
Vooral is het belangrijk om te luisteren naar kinderen en jongeren zelf. Zij zijn de ervaringsdeskundigen van hun onlineleven die ons kunnen vertellen wat werkt, wat niet, en wat ze nodig hebben. De jongerenambassadeurs van Enoc, het Europees kinderombudsnetwerk, zeggen zelf dat dit is wat ze nodig hebben: betere informatie, bescherming van hun gegevens, betrokkenheid bij het beleid. In Vlaanderen loopt een enquête van de Vlaamse Jeugdraad over hun digitale leefwereld. Met die inzichten moeten we rekening houden. We mogen kinderen en jongeren niet langer behandelen als passieve gebruikers.
Beschermen mag geen excuus zijn om kinderen buitenspel te zetten. Beschermen betekent: de voorwaarden creëren voor veilige, vrije en betekenisvolle participatie. En daarbij luisteren naar de stem van kinderen en jongeren en hun ervaringen meenemen.
Een veilige digitale wereld voor kinderen en jongeren is geen luxe. Het is een kinderrecht. Het debat is geopend. Nu is het tijd voor actie.
Deze opinie van kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens, werd gepubliceerd op De Standaard online.