Maak een topprioriteit van problemen die kinderen treffen

Kinderrechtencommissaris roept op om kinderrechten bovenaan op de agenda te zetten

Zo’n 1,3 miljoen Vlaamse kinderen en jongeren onder de 18 hebben amper iets te zeggen. Hoewel ze niet stemmen, raken veel beslissingen kinderen en jongeren van dichtbij, en blijven zij de gevolgen ervan het langst voelen. Die kinderen en jongeren rekenen op politici die hun belangen telkens opnieuw centraal stellen.

Hoe cruciaal het is om genoeg te investeren in kinderen en jongeren, wordt steeds duidelijker. Niet alleen voor kinderen en jongeren zelf. Ook voor ouders, CLB-medewerkers, leerkrachten, ziekenhuismedewerkers, jeugdhulpverleners, welzijnswerkers, kinderbegeleiders, therapeuten, huisartsen, jeugdadvocaten en mensen die minderjarigen op de vlucht opvangen. De alertheid is hoog en de boog staat gespannen.

Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens

‘Ik ben ervan overtuigd dat iedereen het belang van kinderrechten erkent. Maar dat is niet genoeg. Ondanks de vooruitgang op veel vlakken klonken nooit eerder de noodkreten zo luid van mensen die met kinderen en jongeren werken of zich het welzijn van kinderen hard aantrekken. We kunnen geen onbegrensde inzet vragen van gedreven en betrokken mensen als er geen oplossing in het vooruitzicht is. De volgende regering kan niet anders dan met een globaal concreet plan komen met bijbehorend budget. Er is moed en daadkracht nodig van die regering om resoluut te kiezen voor kinderen en hun rechten. Iedereen wint als kinderrechten een prioriteit worden in Vlaanderen, België en Europa.’ 
Caroline Vrijens, Vlaams kinderrechtencommissaris

Er is een breed plan nodig waarvoor alle expertise ingewonnen wordt van het terrein en waarbij ook de jongeren en hun spreekbuizen betrokken worden zoals de Vlaamse Jeugdraad en de Vlaamse Scholierenkoepel. Een plan dat naar alle deelaspecten kijkt en rekening houdt met alle levensdomeinen die kinderen raken. Bij de budgetverdeling moet telkens de winst die kinderen boeken in de realisatie van hun rechten een doorslaggevende factor zijn. Want investeren in kinderen loont en iedereen wint erbij.

Om kinderen zich goed te laten voelen zijn álle kinderrechten belangrijk

Kinderrechten maximaal garanderen voor elk kind is de beste manier om te werken aan het welzijn en het mentale welzijn van kinderen.

In een enquête van de Vlaamse Scholierenkoepel zegt bijna een derde (30%) van de scholieren zich niet goed in zijn vel te voelen op school. Bijna de helft (47%) voelt zich er niet gemotiveerd. 48% zou het mentaal welzijn van leerlingen als eerste aanpakken. Dat is héél veel, als je weet dat de scholieren mochten kiezen uit 22 thema’s.

Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens

‘Het mentaal welzijn van veel kinderen en jongeren staat onder druk omdat ze niet krijgen waar ze recht op hebben. Veel factoren veroorzaken stress en wegen extra zwaar. Denk maar aan opgroeien in armoede. Op hulp moeten wachten tot het helemaal niet meer lukt. Prestatiedruk op school of gewoonweg geen school vinden als leerling met een handicap of extra zorgnood. Moeten omgaan met een erg conflictueuze scheiding van je ouders, geweld online of in de echte wereld. Het is belangrijk dat elk kind zich goed voelt. Daarvoor is het absoluut nodig om de samenleving meer af te stemmen op wat kinderen en jongeren nodig hebben. We hebben een overheid nodig die integraal kiest voor kinderen, die investeert in kinderen. Als kinderen zich volop kunnen ontplooien met respect voor al hun rechten, is dat goed voor hun welzijn nu en later, maar ook voor de toekomst van de samenleving. Als kinderen centraal staan, wint iedereen op korte en lange termijn.’ 
Caroline Vrijens, Vlaams kinderrechtencommissaris

In mei en juni 2023 voerde de kinderrechtencommissaris gesprekken met Vlaamse volksvertegenwoordigers van alle fracties. Niet altijd even zichtbaar maar wel met één duidelijke intentie: alle politieke partijen informeren en alert maken over de noden en rechten van kinderen en jongeren zodat ze die meenemen in hun programma’s voor de verkiezingen van 2024. 

Kinderrechtencommissaris roept op om een topprioriteit te maken van problemen die kinderen treffen.
We mogen niet aanvaarden dat kinderen opgroeien in kansarmoede, Kristel Verbeke

Memorandum kinderrechten

In ons memorandum ‘Maak van kinderrechten een prioriteit in Vlaanderen, België en Europa: iedereen wint’ staan 19 aanbevelingen om kinderrechten te versterken. Ze zijn gebaseerd op meldingen bij de Klachtenlijn en gesprekken met kinderen, jongeren en professionals.

Aanbevelingen voor een kindvriendelijk beleid:

  • Zorg voor sterke Vlaamse, federale en lokale kinderrechteninstrumenten
  • Bescherm kinderen en jongeren maximaal tegen armoede
  • Ga voor een woonbeleid dat woonzekerheid en woonkwaliteit garandeert voor alle kinderen en jongeren
  • Zet alle zeilen bij om het lerarentekort verder tegen te gaan
  • Organiseer goede monitoring van inclusie en van kinderen die niet op school zitten
  • Zorg voor meer aandacht voor welbevinden op school
  • Garandeer dat elk kind en elke jongere de hulp krijgen die ze nodig hebben
  • Ga voor stevige ondersteuning in de kinderopvang en zet de ingeslagen weg van verhoogde alertheid verder
  • Veranker het recht op geweldloze opvoeding in de wet
  • Ontwikkel een zorgtraject voor hoog-conflictueuze scheidingen en herdenk de regelgeving vanuit het belang van het kind
  • Bewaak een juiste balans tussen mogelijkheden en bescherming online
  • Garandeer kinderen een gezond leefmilieu
  • Garandeer dat kinderen en jongeren zich veilig en zorgeloos kunnen verplaatsen
  • Vermijd een nieuwe opvangcrisis en ga voor permanente bufferplaatsen voor minderjarigen
  • Regel opvang op maat van jonge niet-begeleide minderjarigen
  • Maak een einde aan pushbacks van mensen op de vlucht
  • Versterk de samenwerking voor aangepaste opvang en zorg voor buitenlandse niet-begeleide straatkinderen
  • Zorg voor een kindtoets in het politiewerk
  • Geef donorkinderen toegang krijgen tot afstammingsinformatie
Zorg voor sterke Vlaamse, federale en lokale kinderrechteninstrumenten

Het leven van kinderen wordt bepaald door alle beleidsdomeinen en beleidsniveaus. Afzonderlijk én samen dragen ze verantwoordelijkheid om kinderrechten te beschermen. Denk aan de bescherming van kinderen tegen geweld. Justitie, politie, preventie-, welzijns- en jeugdhulporganisaties, jeugdwerk en onderwijs spelen allemaal een rol in de bescherming van kinderen en hun rechten.

Om de bescherming van kinderrechten in goede banen te leiden, is een sterk jeugd- en kinderrechtenbeleid nodig, lokaal, Vlaams en nationaal, met bijbehorende coördinatie, actieplannen en monitoring. En met transparante budgetten.

[Dit zijn federale aanbevelingen.]
Werk aan een nationaal actieplan kinderrechten met stevige coördinatie


•    Het VN-Kinderrechtencomité dringt aan op een nationaal actieplan kinderrechten, en op betere coördinatie en sterkere monitoring van het kinderrechtenbeleid.  
•    Ga federaal voor een coördinerend minister Kinderrechten en versterk de Nationale Commissie voor de Rechten van Kind om kinderrechten te monitoren met kinderrechtenindicatoren op alle beleidsniveaus.

[Dit zijn Vlaamse aanbevelingen.]
Het Vlaams Jeugd- en kinderrechtenbeleid kan nog straffer. Zorg voor ondersteuning, netwerking en monitoring
•    Schuif in het Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan meer dan vijf prioriteiten naar voren. In het Kinderrechtenverdrag staan 54 artikelen. 41 zijn eigenlijke rechten waarvoor, net als voor de 5 prioriteiten, een integraal beleid nodig is. 
•    Maak tussentijdse verslagen met toekomstperspectief als nieuwe maatschappelijke uitdagingen kinderrechten extra onder druk zetten. 
•    Ondersteun het lokale jeugd- en kinderrechtenbeleid met begeleiding, netwerking, tools en monitoring, zoals het label kindvriendelijke steden en gemeenten en het Netwerk Jeugdvriendelijk. Lokale besturen kregen de laatste jaren steeds meer bevoegdheden en middelen die aan kinderrechten raken, zoals voor het armoedebeleid. Zorg dat elk lokaal bestuur die verantwoordelijkheid kan dragen. Kinderrechten gelden voor alle kinderen, ongeacht waar ze geboren zijn, wonen of opgroeien.

[Dit zijn lokale aanbevelingen.]
Ga voor een effectief lokaal jeugd- en kinderrechtenbeleid met inspraak voor kinderen en jongeren. 
•    Geef aan de jeugddriehoek  (schepen van Jeugd, lokale jeugdambtenaar en lokale jeugdraad) een sterk en ruim gedragen mandaat zodat ze samen met de andere schepenen een integraal lokaal jeugd- en kinderrechtenbeleid kunnen realiseren. 
•    Geef gehoor aan de lokale noden van kinderen en jongeren. Versterk hun beleidsparticipatie en zorg dat kinderen en jongeren kinderrechtenschendingen kunnen melden.

Bescherm kinderen en jongeren maximaal tegen armoede

Kinderen hebben recht op een toereikende levensstandaard. Genoeg inkomen is ook nodig om andere kinderrechten te realiseren, zoals het recht op onderwijs, op wonen, op vrije tijd en op gezondheidszorg. De rechten van kinderen en jongeren die opgroeien in gezinnen in armoede worden elke dag geschonden. Kinderen en jongeren beleven armoede op hun eigen manier en de armoede heeft zware gevolgen voor hun ontwikkelingskansen. Die impact begint al vanaf de eerste levensjaren en loopt hun hele verdere leven door. En natuurlijk is er ook de impact op de samenleving. Structurele veranderingen zijn broodnodig om de cyclus van blijvende armoede te doorbreken.

In Vlaanderen leven 150.000 kinderen in armoede. De cijfers over kinderarmoede (12,7% van de kinderen in Vlaanderen groeit op in een gezin in armoede) zijn hoger dan de gemiddelde armoedecijfers (10%). Het armoederisico hangt samen met de gezinssamenstelling. In eenoudergezinnen loopt 26% van de kinderen risico op armoede en 31% van de alleenstaande ouders geeft aan moeilijk rond te komen. 6% van de minderjarigen zit in een situatie van ernstige materiële en sociale deprivatie. Bijna 1 op de 5 kinderen leeft in een gezin dat geen onverwachte uitgaven van 1.000 euro aankan en 15% van de kinderen kan geen week buitenshuis op vakantie. Regelmatig meedoen met vrijetijdsactiviteiten is voor ongeveer 1 op de 10 kinderen niet haalbaar. Opmerkelijk is ook het verschil naar gelang van het aantal kinderen in het gezin. 12% van de koppels met drie of meer kinderen leeft onder de armoedegrens. Bij kleinere gezinnen is dat aandeel lager.

[Dit zijn federale en Vlaamse aanbevelingen.]
Trek de laagste uitkeringen en inkomens op tot boven de Europese armoedegrens en ondersteun gezinnen in armoede
Een degelijke inkomensbescherming van gezinnen met kinderen is nodig. Werk is de beste manier om te ontsnappen aan armoede. Maar daarvoor is financiële stabiliteit nodig en genoeg begeleiding en andere praktische dienstverlening, zoals toegang tot flexibele kinderopvang, een betaalbaar vrijetijdsaanbod voor kinderen, ondersteuning voor kinderen die extra hulp nodig hebben. Alleen dan krijgen ouders financiële en mentale ruimte om een job te zoeken en vol te houden. Begeleiding is de sleutel naar een duurzame oplossing die de kinderrechten kan garanderen.

[Dit is een Vlaamse aanbeveling.]
Richt investeringen in het Groeipakket prioritair op de gezinnen die ze het meest nodig hebben
Het groeipakket is hét instrument om de samenhang tussen armoederisico en gezinssamenstelling te doorbreken. Vlaanderen heeft dat in handen. Zorg dat het groeipakket voor gezinnen met een laag inkomen de minimale kost dekt van elk kind. Die gemiddelde minimale kost ramen, kan met de armoedegrens of referentiebudgetten. Het groeipakket verhogen kan onder andere met de sociale toeslag.

Ondersteun eenoudergezinnen extra en pas de bedragen automatisch aan volgens de levensduurte (gezondheidsindex) om gezinnen te beschermen tegen de inflatie. Werk met een getrapt systeem waarin de bijslagen verhogen naarmate het inkomen daalt.

[Dit is een Vlaamse en lokale aanbeveling.]
Ondersteun en verplicht lokale besturen om een degelijk armoedebeleid te voeren
Kinderarmoede bestrijden doe je door armoede tegen te gaan op gezinsniveau, kinderen extra aandacht te geven en ouders te ondersteunen. Lokale besturen staan het dichtst bij de bevolking. Een degelijk lokaal sociaal beleid benadert armoede vanuit mensenrechten, met participatie en empowerment van mensen in armoede en samen met een netwerk van lokale verenigingen, scholen en gezondheidsdiensten. Het helpt gezinnen hun grondrechten te verkennen en te realiseren en focust op begeleiding op maat. Zorg dat medewerkers van lokale besturen de nodige tijd, ruimte en opleidingen krijgen om dat op een degelijke manier te doen. Grondig inzicht in armoede en de oorzaken ervan is nodig om resultaten te boeken in individuele begeleidingen en in het beleid. Het lokaal bestuur kan een doorslaggevende rol spelen, als initiatiefnemer en vanuit zijn regiefunctie. Diensten toegankelijk maken is erg belangrijk, naast outreachend werken – met brugfiguren – in kansarme buurten, kinderopvang, scholen en vrijetijdsinfrastructuur en samenwerken met ervaringsdeskundigen. Ook groepstrajecten voor bijvoorbeeld alleenstaande ouders of pas volwassen jongeren uit de jeugdhulp kunnen heel waardevol zijn. En ook voor woonbeleid heeft een lokaal bestuur belangrijke sleutels in handen om impact te hebben op armoedebestrijding. We vragen dat Vlaanderen lokale besturen meer ondersteunt en stimuleert om die belangrijke rollen op te nemen.

Op dit moment kent de ene gemeente wél en de andere geen kortingen toe voor openbaar vervoer of de vrijetijdspas. Dat maakt dat kinderen in dezelfde klas soms heel andere voordelen krijgen. Vlaanderen kan dat soort voordelen beter zelf stroomlijnen, coördineren en automatisch toekennen.

[Dit is een Vlaamse aanbeveling.]
Voer een maximumfactuur in voor het secundair onderwijs
De school- en studiekeuze van jongeren mag niet beperkt worden door financiële overwegingen. Dat is nu vaak wel het geval. Gemiddeld betalen ouders 1.309 euro per jaar voor de eerste graad secundair,  en er zijn grote verschillen in aangerekende kosten per school. Zeker voor de algemene eerste graad zou dat niet mogen. Van ruim 1 op de 10 leerlingen hebben ouders problemen om de schoolfactuur te betalen. Digitalisering, stijgende vervoerskosten (ook voor openbaar vervoer), dure meerdaagse schoolreizen en samenwerking met externe boekenleveranciers hebben veel impact op de schoolfactuur. Terwijl leerlingen nu ook kosten moeten maken voor internet, laptop en printer, zijn de kosten voor boeken niet gevoelig gedaald. Gemiddeld zijn de facturen voor drukwerk en schoolmateriaal zelfs nog gestegen. Bovendien blijkt dat sommige dure handboeken amper gebruikt worden.

Neem daarom de maximumfactuur voor het secundair onderwijs op in de regelgeving en geef de scholen genoeg werkingsmiddelen. Ondersteun scholen om een kostenbewust beleid te voeren. Praktijkvoorbeelden tonen aan dat dat een win-win is voor ouders én scholen. Het risico dat kinderen uitgesloten worden wordt kleiner, en de scholen kampen minder met onbetaalde rekeningen. Scholen die nu al met een maximumfactuur werken, blijken bovendien niet minder uitstappen te doen.

Voor gezinnen die het financieel moeilijk hebben, biedt de automatische schooltoeslag in het groeipakket extra steun. Maar die toeslag dekt de studiekosten niet.

Ga voor een woonbeleid dat woonzekerheid en woonkwaliteit garandeert voor alle kinderen en jongeren

Woonkwaliteit en woonzekerheid zijn cruciaal voor kinderen. Het zorgt dat ze gezond kunnen opgroeien. Het brengt stabiliteit en voorspelbaarheid. Ze hebben een plek waar ze naar school gaan, vrienden maken en aansluiting vinden bij buurt, stad of gemeente. Groeien ze op in een woning die niet beantwoordt aan de veiligheids-, gezondheids- en kwaliteitsnormen, dan ervaren ze weinig woonzekerheid. Worden ze zelfs dakloos, dan komen hun gezondheid, welzijn, ontwikkeling, aansluiting met school, buurt en samenleving fel onder druk. Dat is een realiteit voor heel wat kinderen, jongeren en hun gezin. Bijna 1 op de 6 kinderen had in de coronacrisis thuis geen eigen plek. In Vlaanderen staan er 182.000 kandidaat-huurders op de wachtlijsten voor sociale woningen. De gemiddelde wachttijd loopt soms op tot meer dan drie jaar. Hoe groter het gezin, hoe langer wachten. Kinderen en jongeren zijn niet meer weg te cijferen uit de tellingen van dak- en thuislozen. In sommige steden is één op de vier tot zelfs één op de drie dak- en thuislozen minderjarig.

[Dit zijn Vlaamse en lokale aanbevelingen.]
Zorg voor meer sociale woningen
In Vlaanderen zijn er in totaal ongeveer 175.000 sociale huurwoningen. Op de wachtlijsten staan 182.000 kandidaat-huurders. Er zijn meer wachtenden dan dat er sociale woningen zijn. Zeven op de tien eenoudergezinnen komen wettelijk in aanmerking voor een sociale huurwoning. Amper de helft staat effectief op een wachtlijst.

Versterk het sociaal potentieel van de private huurmarkt
Er is meer geld nodig voor huurtoelagen, zoals huursubsidies en huurpremies. Stem de huurtoelagen af op referentiebudgetten voor verschillende gezinstypes en maak ze toegankelijker om te voorkomen dat mensen niet opnemen waar ze recht op hebben. Vermijd uithuiszetting door te kiezen voor woonbegeleiding en versterk het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen.

Maak van het conformiteitsattest een verhuurvergunningsattest
Een derde van de kinderen uit kansarme gezinnen groeit op in een woning met gebreken. Sommige gebreken zoals vocht en schimmel schaden de gezondheid van de bewoners en dat geldt des te meer voor kinderen. We staan achter het conformiteitsattest voor huurwoningen. We hopen dat dat attest een verplicht verhuurvergunningsattest wordt zoals nu al in sommige gemeenten.

Stuur regelgeving bij vanuit kinderperspectief
Leg in het woninghuurdecreet bruggen naar woonbegeleiding. We vragen dat de vrederechter woonbegeleiding kan opleggen voordat een gezin uit huis gezet wordt. Versoepel het vereiste aantal jaren lokale binding in het toewijzingsbeleid. Dat een kandidaat-huurder de laatste tien jaar voor toewijzing minstens vijf jaar onafgebroken in de gemeente gewoond moet hebben, is erg lang voor kwetsbare gezinnen, die soms vaak verhuizen.

Zorg dat geen enkel kind, (alleenstaande) jongere of gezin dak- en thuisloos is
Kinderen en jongeren zijn niet meer weg te cijferen uit de tellingen van dak- en thuislozen. In sommige steden is één op de vier tot zelfs één op de drie dak- en thuislozen minderjarig. Ga voor een actieplan dak- en thuisloosheid, op federaal, Vlaams en (boven)lokaal niveau, met aandacht voor kinderen en alleenstaande jongeren. Zo’n actieplan heeft oog voor de verborgen dak- en thuisloosheid, voor de gezinnen en de jongeren die tijdelijk bij familie of vrienden verblijven. Het pakt dak- en thuisloosheid bij kinderen, (alleenstaande) jongeren en gezinnen integraal aan met acties in verschillende beleidsdomeinen want dak- en thuisloosheid heeft veel oorzaken. Streef in het actieplan naar lokale en bovenlokale samenwerking tussen lokale besturen, woonactoren en sociale-, welzijns- en gezondheidsorganisaties. Zorg voor goede afspraken tussen lokale besturen en woonactoren om genoeg aanbod versnelde toewijzing naar een sociale woning te realiseren.

Zet alle zeilen bij om het lerarentekort verder tegen te gaan

Genoeg leraren voor de klas is een basisvereiste om voor kinderen en jongeren het recht op kwaliteitsonderwijs te realiseren. Ondanks alle maatregelen en inspanningen is er nog altijd een nijpend lerarentekort. Met duidelijk voelbare gevolgen op het terrein. In sommige scholen krijgen leerlingen voor bepaalde vakken lange tijd geen les, maar andere activiteiten. Dat doet afbreuk aan hun recht op onderwijs. Doordat scholen zich verplicht zien om zorgcoördinatoren en interne leerlingbegeleiders als leerkracht voor de klas te zetten, krijgen leerlingen in sommige scholen ook niet meer of veel minder de extra leerzorg of psychosociale ondersteuning die ze nodig hebben. Op 16 mei 2023 stonden er op de VDAB-website bijna 2.600 vacatures voor leerkracht of andere leerlinggerichte functies in het gewoon en buitengewoon basis- en secundair in Vlaanderen en Brussel.  Omdat niet alle schooldirecties openstaande vacatures melden aan VDAB, is dat nog een onderschatting.

‘Geen leerkrachten te vinden’ is ook een reden die schoolbesturen aanhalen voor capaciteitstekorten waardoor ongezien veel kinderen en jongeren geen plek vinden op school. Denk aan de capaciteitstekorten in de onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) in het secundair onderwijs, of aan de noden in het buitengewoon onderwijs. Redenen genoeg dus om een prioriteit te maken van de strijd tegen het lerarentekort.

Onderwijs is niet de enige sector die al jaren kampt met toenemend personeelstekort. Het lerarentekort staat dus zeker niet los van de algemene tekorten op de arbeidsmarkt. Maar er zijn ook factoren die meer eigen zijn aan de onderwijssector. Twee daarvan brengen we hier onder de aandacht:

  • Heel wat jonge leerkrachten geven er al snel de brui aan en stappen op uit het onderwijs. Omdat de job ze te zwaar valt. Scholen met veel kansarme, niet-Nederlandstalige leerlingen kampen meer met een groot lerarentekort. Vooral in die scholen is er meer verloop van leerkrachten. Juist die leerlingen die het meest ondersteuning en structuur nodig hebben, en dus ervaren leerkrachten die stevig in hun schoenen staan, krijgen vaker beginnende, nog zoekende leerkrachten voor de klas, die dan vaak al snel zelf weer opstappen. Waar het verloop al het grootst was, wordt nu – in tijden van algemeen lerarentekort – het tekort ook het grootst.
  • Opvallend is ook dat in tijden van leerkrachtentekort het in de samenleving aanwezige talent niet helemaal benut wordt. Van alle leerkrachten in Vlaanderen heeft amper 6,4% een buitenlandse herkomst, en die zijn dan nog vooral afkomstig uit buurlanden. Amper 2,5% van de leerkrachten in Vlaanderen heeft roots buiten de Europese Unie.  Lerarenopleidingen botsen steeds vaker op het hoofddoeken¬verbod in basis- en secundair onderwijs, waardoor ze voor een deel van hun diverser geworden studentenpubliek geen stageplaatsen vinden.

We vragen om verder inspanningen te leveren om het lerarentekort terug te dringen.
[Dit zijn Vlaamse aanbevelingen.]
Zorg voor een masterplan
Onderzoek waarom mensen niet voor het onderwijs kiezen of waarom ze afhaken. Zorg dat de job van leerkracht opgewaardeerd wordt. Pak het lerarentekort aan door de aanbevelingen van experts om te zetten in de praktijk.

Maak het lerarenberoep aantrekkelijker en doenbaarder door een evenwichtige sociale mix in alle scholen
Beginnende leerkrachten zullen eerder en gemakkelijker ‘hun draai vinden’ in het onderwijs en minder geneigd zijn op te stappen als ze vanaf hun eerste onderwijsjob terechtkunnen in een school met een evenwichtige sociale mix.

Zorg dat jongeren met buitenlandse roots die zin hebben in een job in het onderwijs een stageplaats en daarna een job als leerkracht kunnen vinden
Voor die jongeren zijn er nu te veel drempels, zoals het hoofddoekverbod, waardoor talentvolle krachten verloren gaan voor het onderwijs.

Organiseer goede monitoring van inclusie en van kinderen die niet op school zitten

Kinderen en jongeren met een beperking hebben recht op inclusief onderwijs.  Uit meldingen bij onze Klachtenlijn blijkt dat ouders soms door verschillende scholen gewoon afgewezen worden voordat ze een school vinden die – zoals decretaal verplicht – hun kind ‘onder ontbindende voorwaarde’ wil inschrijven. En het afwegen of de nodige aanpassingen ‘proportioneel’ zijn, loopt daarna ook niet altijd vlot.

De impact op de kinderen kan heel groot zijn. Sommigen kunnen een hele tijd niet naar school. Of ze kunnen uiteindelijk alleen maar terecht in een school veel verder van huis, waardoor ze het contact met kinderen uit de eigen omgeving kwijtraken. Of ze krijgen niet het best passende onderwijs, waardoor dan weer allerlei andere problemen naar boven komen.

Ook op de Kinderrechtendag vroegen jongeren meer aandacht voor inclusief onderwijs.

Scholen voor gewoon onderwijs die achterblijven op het vlak van inclusie strikter opvolgen om ze te versterken en inclusiever te maken, was een van de elementen in de Conceptnota Leersteun  die onze aandacht trokken. Dat gaat over scholen die bij verschillende inschrijvingen onder ontbindende voor¬waarde beslissen dat de nodige aanpassingen voor een individueel aangepast curriculum (IAC) of een OV4-traject disproportioneel zijn. Waarop ze dan de inschrijving ontbinden. Die scholen, zo staat in de conceptnota, moeten zich engageren om hun competentie in inclusief onderwijs te verbeteren.

Het decreet Leersteun  concretiseert dat voornemen door de onderwijsinspectie uitdrukkelijk de opdracht te geven om bij elke doorlichting na te gaan of de school voor leerlingen met een IAC- of een OV4-verslag degelijke onderwijstrajecten realiseert, met ‘bijkomende aandacht […] voor de afweging van redelijke aanpassingen’. Het is goed dat de inspectie dat uitdrukkelijk als opdracht krijgt, maar om die opdracht goed te kunnen vervullen is er een systematische monitoring nodig die toelaat kort op de bal te spelen.

[Dit zijn Vlaamse aanbevelingen.]
Installeer in de leerlingendatabank een ‘knipperlicht’ dat aangeeft welke scholen versterking nodig lijken te hebben in verband met inclusie
Op basis van wat scholen al moeten doorsturen naar AGODI aan gegevens over inschrijvingen, weigeringen en ontbindingen kun je per onderwijsniveau per regio regelmatig (bijvoorbeeld om de twee of drie jaar) nagaan welke scholen veel vaker een inschrijving onder ontbindende voorwaarde ontbinden dan andere, even grote scholen die in verhouding evenveel aanvragen krijgen om leerlingen in te schrijven met een IAC- of OV4-verslag.

Organiseer een centraal meldpunt voor ‘weigeringen onder de tafel’
Daarnaast is het ook nodig zicht te krijgen op de scholen die een kind met een IAC- of OV4-verslag niet eens inschrijven onder ontbindende voorwaarde, en de ouders dan gewoon wandelen sturen. Die ‘weigeringen onder de tafel’ zijn niet bekend bij AGODI, maar ook die moeten in kaart gebracht worden om achterblijvende scholen volledig in beeld te krijgen. Dat kan volgens ons het best door een centraal meldpunt op te richten waar die ouders of andere instanties die op de hoogte zijn, die ‘weigering’ kunnen melden, en die meldingen mee op te nemen in de knipperlichtfunctie.

Bij zo’n meldpunt kunnen ook andere ‘weigeringen onder tafel’ gemeld worden, bijvoorbeeld van leerlingen met een GC-verslag, die mits redelijke aanpassingen en externe leersteun wel het gemeenschappelijke curriculum kunnen volgen. Die leerlingen hebben onverkort recht op inschrijving in een school voor gewoon onderwijs.

Laat de inspectie kort op de bal spelen
Dat kan door de frequentie van de doorlichting mee te baseren op die knipperlichtsignalen of door dat toezicht ook mogelijk te maken los van de gewone doorlichting. In elk geval moet de inspectie na een knipperlichtsignaal voor de aangeduide scholen ook een kwalitatieve analyse van de niet-gereali-seerde of ontbonden inschrijvingen maken.

Het concept van ‘knipperlicht’ is niet nieuw. Basisscholen krijgen verschillende keren per schooljaar een rapport over kleuterparticipatie. Op grond van afwezigheden in de voorbije periode en projectie voor de rest van het schooljaar wijst dat rapport per school de kleuters aan die het risico lopen tegen het einde van het schooljaar niet het verwachte of vereiste aantal halve dagen aanwezigheid te halen. De bedoeling is dat de school de nodige actie onderneemt om de participatiegraad van die ‘achterblijvende’ kleuters te verhogen.

Installeer ook een knipperlichtfunctie voor:
•    Preventieve schorsingen en tijdelijke en definitieve uitsluitingen
Ook daarin verschillen scholen sterk. Sommige scholen maken sneller gebruik van tuchtmaatregelen zonder eerst minder ingrijpende sancties te proberen. Sommige leerlingen zitten daardoor lang zonder school. Preventieve schorsingen worden vaak ook als sanctie gebruikt, terwijl ze eigenlijk bedoeld zijn als ‘bewarende maatregel’.
•    Langdurig en chronisch zieke leerlingen
Scholen blijken niet altijd in de gaten te hebben dat sommige leerlingen al lang of chronisch ziek zijn en dat ze hen dus Bednet of TOAH moeten aanbieden. Daardoor krijgen die leerlingen soms langer geen les dan nodig. 
•    Thuiszitters 
Bij onze Klachtenlijn melden ouders dat de school van hun kind ze vroeg hun kind thuis te houden. Eerst deeltijds, daarna meer tot zelfs voltijds. Met een ziektebriefje – al is het kind niet echt ziek. Reden: ‘Omdat het gedrag of de problematiek van het kind de draagkracht van het team overschrijdt.’ Ook van die leerlingen komt het recht op onderwijs in het gedrang.
Dat zijn ook categorieën van leerlingen die vaak onder de radar dreigen te raken. Door ook voor hen een knipperlichtfunctie te installeren in de leerlingendatabank, kunnen ze beter opgevolgd worden en wordt hun recht op onderwijs beter gegarandeerd.

Zorg voor meer aandacht voor welbevinden op school

Kinderen en jongeren leren beter als ze zich goed voelen op school en het gevoel hebben erbij te horen. Welbevinden en betrokkenheid bij leeractiviteiten versterken elkaar. Wie goed leert, wint ook aan zelfvertrouwen en dat draagt bij tot meer welbevinden. Aandacht voor welbevinden op school en focus op leren en kennis verwerven, gaan hand in hand.

Dat het met het welbevinden van leerlingen op school niet altijd goed gesteld is, merken we aan meldingen bij onze Klachtenlijn. Gepest worden op school is een thema dat elk jaar terugkeert in de klachten. Op de Kinderrechtendag in het Vlaams Parlement vroegen scholieren om niet alleen aandacht te hebben voor een antipestbeleid op school, maar ook voor de nodige ondersteuning en psychologische hulp voor de slachtoffers van pesten. Ze vroegen om van de school een veilige omgeving te maken waar leerlingen kunnen praten over wat ze bezighoudt. De helft van de klachten over leerlingenbegeleiding gaan ook over te weinig of geen begeleiding als leerlingen zich niet goed voelen op school. Leerlingen vragen dus om in het schoolbeleid structureel aandacht te besteden aan het welbevinden van leerlingen op school.

[Dit zijn Vlaamse aanbevelingen.]
Maak welbevinden op school een vast onderdeel in het structurele overleg tussen school, CLB en pedagogische begeleidingsdienst (PBD)
Het nieuwe decreet Leersteun legt scholen op om structureel overleg te organiseren met hun CLB en hun pedagogische begeleidingsdienst ‘om gezamenlijk begeleidings- en professionaliseringsnoden te bepalen op het vlak van het beleid op leerlingenbegeleiding’.  We vragen dat school, CLB en PBD ook systematisch nagaan welke noden er zijn voor het welbevinden van de leerlingen.

Monitor het welbevinden op school en organiseer een meldpunt voor pestproblemen en grensoverschrijdend gedrag
De bestaande initiatieven om scholen te versterken in hun antipestbeleid werken vraaggestuurd: scholen kunnen er terecht als ze vragen hebben over de aanpak pesten of ander grensoverschrijdend gedrag. Maar wat met scholen die volgens leerlingen en ouders het probleem negeren? Met een meldpunt krijgt de inspectie de nodige signalen om waar nodig sneller of bijkomend een doorlichting te organiseren waardoor ze korter op de bal kan spelen dan met de gewone doorlichtingscyclus. En kan ze de school er sneller en effectiever toe aanzetten om de nodige ondersteuning of professionalisering te vragen.

Bevorder de toegang tot psychosociale hulp voor leerlingen die hulp nodig hebben
Bijvoorbeeld voor leerlingen die het slachtoffer zijn van pestgedrag, die schoolangst hebben of schoolmoe zijn.

Stimuleer een inclusief en veilig schoolklimaat waarin leerlingen zichzelf kunnen zijn op school
Culturele en levensbeschouwelijke verschillen blijven aanleiding geven tot geschillen. Discussies over identiteit worden al snel zwart-wit gevoerd: voor of tegen Zwarte Piet, voor of tegen de islam, voor of tegen thuistaal op school. Kinderen en jongeren lijden onder dat wij-zij-denken. Ook polarisatie rond gender, seksualiteit en geaardheid neemt toe, zo blijkt uit onderzoek. 41% van de lgbtq+-leerlingen voelt zich onveilig op school door hun seksuele oriëntatie en bijna een kwart vermijdt daarom de toiletten en kleedkamers van de school.  Op de Kinderrechtendag vroegen de jongeren om – ook op school – zichzelf te kunnen zijn, ongeacht kleur of geaardheid. We vragen om werk te maken van een meer inclusieve en veilige cultuur op school.

Garandeer dat elk kind en elke jongere de hulp krijgen die ze nodig hebben

De jeugdhulp staat onder onhoudbare druk, met nefaste gevolgen voor de kinderen en jongeren die ervan afhankelijk zijn.

Heel vaak bereiken ons signalen van kinderen en jongeren, van ouders en van hulpverleners of andere professionals die met kinderen werken (zoals jeugdadvocaten, jeugdmagistraten of leerkrachten) die een noodkreet slaken omdat ze stuiten op wachtlijsten. Soms zelfs omdat leefgroepen sluiten omdat er geen medewerkers zijn om ze open te houden en kinderen dan maar teruggestuurd worden naar een onveilige thuissituatie.

Zelfs voor kinderen in crisis is vaak geen bed te vinden, met schrijnende gevolgen. Bovendien moeten alle kinderen met een hulpnood vaak erg lang wachten voordat ze de nodige hulp krijgen, áls die hulp er al komt. Op 31 december 2021 stonden 6.981 kinderen en jongeren op een wachtlijst voor niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.  Ook in de kinder- en jeugdpsychiatrie zijn er lange wachtlijsten.
Door plaatsgebrek worden steeds meer kinderen en jongeren gedwongen opgenomen, al te vaak in de volwassenpsychiatrie, waar ze absoluut niet thuishoren. En ook daarna is er geen vervolgtraject, door gebrek aan plaats.

Op de Kinderrechtendag van het Vlaams Parlement gaf één van de jongeren aan dat mentale gezondheid een langetermijnvisie vraagt en het een probleem is dat de termijn van beleidsplannen en ambtstermijnen overschrijdt.

De impact van dat wachten op hulp op het leven van de jongere én op de samenleving is enorm. Het verhindert preventief werken, en zorgt dat er uiteindelijke zwaardere hulp nodig is. Daardoor is de kans op breuken in het hulpverleningstraject veel groter, wat een hoge menselijke en op termijn ook maatschappelijke kost met zich meebrengt.

Er zijn ernstige tekorten in het aanbod van de huidige jeugdhulp die dringend, duurzaam en structureel aangepakt moeten worden, zowel in de eerste en laagdrempelige hulpverlening als in intensievere hulpverleningsvormen. Ook de samenwerking tussen diensten en sectoren in de hulpverlening verloopt vaak stroef, door de druk op het aanbod, door een andere taal en aansturing. Dat moet beter.

[Dit zijn federale en Vlaamse aanbevelingen.]
Ontwerp een masterplan voor de jeugdhulp
Er is een plan nodig waarin structurele en niet vrijblijvende samenwerking tussen VAPH, jeugdhulp en kinder- en jeugdpsychiatrie centraal staat. Doelstelling moet zijn om de breuklijnen in de hulpverleningstrajecten zoveel mogelijk te voorkomen.

Werk de wachtlijsten weg
Investeer in toegankelijke jeugdhulp zodat hulpvragen op tijd opgenomen kunnen worden waardoor ze minder escaleren naar zwaardere vormen van hulp. Intensieve vormen van jeugdhulp zoals residentiële verblijfsmodules en behandelingsvormen zullen altijd nodig blijven. Versterk dat aanbod en versterk parallel het hulpaanbod om vroeg en nabij in te spelen op ondersteuningsvragen van gezinnen, kinderen en jongeren.

Laat jongeren met psychische problemen nooit gedwongen opnemen in de psychiatrie voor volwassenen
Breid de plaatsen in de kinder- en jeugdpsychiatrie uit en regel bij gedwongen opname van kinderen en jongeren een opnameplicht in de kinder- en jeugdpsychiatrie.

Geef bijzondere aandacht aan minderjarige slachtoffers in de brede zin van het woord
Zowel voor minderjarige slachtoffers als getuigen van seksueel geweld, fysiek geweld, en minderjarige vluchtelingen. Ook onlinegeweld kan in aanmerking komen. Het model van Barnahus kan inspireren.  Het Barnahusprincipe betekent een multidisciplinaire interventie voor minderjarige slachtoffers en getuigen van geweld, in een kindvriendelijke setting en onder één dak met snelle toegang tot justitie en zorg. Onderzoek waar die ‘wraparound care’ voor slachtoffers ingebed kan worden: in de zorgcentra voor seksueel geweld, de Family Justice Centers, of de vertrouwenscentra kindermishandeling.

Zorg dat minderjarige broers en zussen niet van elkaar gescheiden worden
Dat werd ook juridisch verankerd in de wet van 21 mei 2021. Toch blijkt uit een rapport van 5 juli 2022 van Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin  dat 6 op de 10 uit huis geplaatste jongeren niet samen opgroeien. Zorg voor systematische monitoring van het samenhouden van broers en zussen in de jeugdhulp, en werk de drempels weg.

Ga voor stevige ondersteuning en zet de ingeslagen weg van verhoogde alertheid verder

De eerste duizend dagen van een kind zijn heel belangrijk. Baby’s en peuters ontwikkelen snel en zijn heel kwetsbaar. Krijgen ze warme, veilige kwaliteitszorg, dan krijgt hun ontwikkeling alle kansen, nu en in de toekomst. Daar heeft elk kind recht op en daarvoor geven duizenden mensen in de kinderopvang elke dag het beste van zichzelf. In Vlaanderen zijn er meer dan 93.000 opvangplaatsen in meer dan 6.000 kinderopvanginitiatieven.

De voorbije jaren waren we getuige van wantoestanden in de kinderopvang, met heel jonge slachtoffertjes. Sinds de ernstige incidenten in de kinderopvang en de parlementaire onderzoekscommissie naar de veiligheid in de kinderopvang versterkte Vlaanderen de kinderopvang op verschillende domeinen, maar de noden blijven groot.  

[Dit zijn Vlaamse aanbevelingen.]
Zet de ingeslagen weg van verhoogde alertheid verder
Meldingen over gevaarsituaties, pedagogisch handelen en gebrek aan toezicht en veiligheid zijn in één jaar bijna verdubbeld. 4% van de kinderopvanginitiatieven zit in handhaving.

Hou het voorzorgsprincipe strak. We waarderen de stappen die de Vlaamse Regering zette naar een strakker voorzorgsprincipe met bijbehorend comité van toezicht en krachtigere klachtenbehandeling, monitoring, toezicht, inspectie en coaching als dat nodig is. Zorg wel dat ouders goed geïnformeerd zijn en betrokken worden bij een nakende sluiting en zorg voor genoeg alternatieve opvangmogelijkheden na de sluiting.

Ga voor stevige ondersteuning van de hele sector
Blijf de kwetsbaarheid van baby’s en peuters erkennen. Heb ook oog voor de noden van de ‘niet problematische’ kinderopvanginitiatieven.

Zorg voor goede loon- en werkvoorwaarden en genoeg werkingsmiddelen, want zorg dragen voor baby’s en peuters is belangrijk werk. Goede loon- en werkvoorwaarden garanderen continuïteit in de zorg voor baby’s en peuters, en voorkomen personeelsverloop of personeelstekort waardoor kinderopvanginitiatieven moeten sluiten.

Nu én in de toekomst moet elke baby en peuter die opvang nodig heeft, kunnen rekenen op warme, veilige kwaliteitsopvang
•    Verlaag het plafond, streef naar vier baby’s voor één kindbegeleider, en ga niet hoger dan zes kinderen per begeleider. Dan kunnen kindbegeleiders genoeg aandacht geven aan elke baby en peuter.
•    Blijf zorgen voor goed opgeleide professionals. Kinderen moeten kunnen rekenen op opvang die hun ontwikkeling zo ruim mogelijk ondersteunt met genoeg gekwalificeerde medewerkers. Het tekort aan kinderopvang en kindbegeleiders mag nooit een reden zijn om het opleidingsniveau voor kindbegeleiders te verlagen en de kwalificatievereisten uit te hollen om meer mensen aan te trekken.
•    Zorg dat elk kinderopvanginitiatief kan rekenen op intervisie, supervisie, overleg en vorming. Elk kinderopvanginitiatief moet daarom genoeg betaalde kindvrije uren krijgen om werk te maken van kwaliteitsopvang en maximaal de ontwikkeling van de baby’s en kleuters te ondersteunen.
•    Zorg voor genoeg, betaalbare en bereikbare kinderopvangplaatsen voor elk kind zonder onderscheid. Zorg dat elk gezin dat kinderopvang nodig heeft daarop kan rekenen in de buurt. Elk kinderopvanginitiatief moet inkomensgerelateerd werken en kunnen rekenen op genoeg ondersteuning om inclusieve opvang te kunnen realiseren voor baby’s en peuters met extra zorgnoden.

Veranker het recht op geweldloze opvoeding in de wet

België heeft nog altijd geen wettelijk verankerd verbod op geweld in de opvoeding.  Dat maakt ons bijna het laatste land in Europa waar dat geweld niet uitdrukkelijk verboden is.  Het Europees Comité voor Sociale Rechten veroordeelde België in 2003 en 2015 omdat er geen uitdrukkelijk en volledig wettelijk verbod is op elke vorm van lijfstraffen voor kinderen.  Ook het VN-Comité voor de Rechten van het Kind uitte al verschillende keren zijn bezorgdheid over de situatie in België.

De meldingen over kindermishandeling bij het vertrouwenscentrum kindermishandeling en het Vlaams expertisecentrum kindermishandeling stijgen jaarlijks.   Dit betekent dat veel kinderen nog steeds slachtoffer worden van kindermishandeling. Een enquête van DCI (Defence for Children International) gevoerd in 2021 toont dat bijna de helft van de Belgische bevolking het nog gepast vindt om een kind te slaan. Dat heeft een zware impact op hun ontwikkeling en laat vaak diepe en onuitwisbare sporen na. Bovendien is de kans op een vicieuze cirkel groot: slachtoffers van geweld gebruiken vaak ook zelf geweld in de opvoeding van hun kinderen, omdat dat is wat ze leerden: dat psychisch en fysiek geweld een oplossing is. En dat is het nooit.

[Dit is een aanbeveling voor het federale beleidsniveau met afgeleiden naar het Vlaams beleidsniveau.]
Voeg een artikel toe aan het Burgerlijk Wetboek dat kinderen recht hebben op een geweldloze opvoeding en sensibiliseer de bevolking verder
Er is geen tijd meer te verliezen. Het Burgerlijk Wetboek moet aangepast worden en we moeten het breder debat over geweld tegen kinderen voeren. Er zijn meer bewustmakings-, preventie- en voorlichtingsmaatregelen nodig voor het grote publiek, meer opleiding en ondersteuning voor geweldloos opvoeden voor ouders, leerkrachten, wetshandhavers, hulpverleners en alle mensen die werken met kinderen en jongeren, in onderwijs en justitie.

Ontwikkel een zorgtraject voor hoog-conflictueuze scheidingen en herdenk de regelgeving vanuit het belang van het kind

Precieze cijfers zijn er niet, maar we kunnen ervan uitgaan dat minstens één op de drie kinderen niet opgroeit in zijn kerngezin. Kinderen van gescheiden ouders zijn dus zeker geen uitzondering, ze zijn met heel veel.

Scheidingen verlopen soms zonder veel spanningen, maar vaak worden kinderen en jongeren toch geconfronteerd met zware conflicten en problemen bij de scheiding van hun ouders. In hoogconflictueuze scheidingen staan heel wat rechten van kinderen en jongeren onder druk, zoals hun recht op een goede ontwikkeling, hun recht op contact met beide ouders, en hun recht op bescherming van hun psychische en fysieke integriteit. Het belang van het kind raakt vaak ondergesneeuwd als ouders verwikkeld zijn in een conflict.

De overheid moet scholen, hulpverleners en vrijetijdsorganisaties actief sensibiliseren over scheiding en het belang van het kind in een scheiding. CLB’s, zorg- en welzijnsorganisaties moeten ondersteund en versterkt worden om alert te zijn voor kinderen en jongeren in hoogconflictueuze scheidingen en ze moeten de tools krijgen om met ouders te praten en ze bewust te maken van het probleem.

Dit zijn federale en Vlaamse aanbevelingen

  • Informeer, hoor en help kinderen in scheidingsituaties
  • Voer verplichte trajectbegeleiding in voor ouders die gaan scheiden zodat mensen bewust en geïnformeerd kiezen wat het meest geschikte oplossingstraject is.
  • Onderzoek de systemische oorzaken van contactbreuken tussen ouders en kinderen en bied snel oplossingen want tijd is de grote vijand van contactherstel
  • Versterk de neutrale bezoekruimtes van de CAW’s en hou toezicht op andere plaatsen voor contactherstel
  • Herdenk de dwangmaatregelen die de familierechter kan uitspreken want vaak gaan die voorbij aan de bescherming en het belang van kinderen en jongeren
  • Geef de jeugdrechter de middelen en hulpverleningstools om in te grijpen bij hoogconflictueuze scheidingen
Bewaak een juiste balans tussen mogelijkheden en bescherming online

De onlinewereld is voor kinderen één groot speelterrein. De gemiddelde leeftijd waarop een kind een eerste smartphone heeft, is in Vlaanderen 9 jaar.  

Internet en sociale media brachten veel voordelen voor kinderen en jongeren. Ze kunnen gemakkelijk informatie zoeken, anderen leren kennen en contacten onderhouden. De keerzijde is het risico op verslaving en de grote plaats die beeldschermen soms innemen in hun leven, waardoor ze mogelijk minder buiten komen en geen sociaal leven hebben in de ‘echte wereld’.  Vermoedelijk draagt dat bij heel wat jongeren bij tot lichamelijke en psychische problemen, zoals ze zelf ook zeiden op de Kinderrechtendag.

Het beleid draagt mee een verantwoordelijkheid, zowel om kinderen de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van onlinetools, als om ze te beschermen tegen de risico’s ervan. Kinderen moeten toegang krijgen tot het internet en op een gezonde manier volop gebruik kunnen maken van mogelijkheden online. Maar ze hebben ook bescherming nodig van hun privacy en tegen gevaren zoals internetcriminaliteit, haatspraak en geweld. Help ze de gevaren te zien en rekening te houden met misleiding, zoals fakenews, aanmoedigen tot suïcide of eetstoornissen, e-muling en afpersing.

Een idee van de jongeren op onze Kinderrechtendag was om een soort Warmste Week te organiseren die oproept om een week geen sociale media te gebruiken om het besef terug te krijgen dat we zonder sociale media kunnen. In die week moeten er volgens de jongeren allerlei tips komen en informatie over wat sociale media met je privacy doen, wat de commerce is achter de sociale media, welke tips er zijn om je verslaving in beeld te brengen.

[Dit zijn Europese, federale en Vlaamse aanbevelingen.]
Garandeer toegang tot internet en digitale dienstverlening
Internet moet gezien worden als basisrecht.  Het is de toegangspoort tot informatie en veel essentiële diensten, ook voor kinderen en jongeren.

Bescherm jongeren tegen gevaren op het internet via regelgeving voor de commerciële sector en voor grote platforms
Kinderen en jongeren moeten veilig kunnen genieten van het internet, zonder geconfronteerd te worden met geweld en haatspraak. Ouders moeten extreme inhouden gemakkelijk kunnen afschermen voor jonge kinderen en de overheid heeft daarin ook een rol. Zowel om toegankelijke informatie te verspreiden voor consumenten als om verplichtingen op te leggen aan de internetproviders en andere relevante bedrijven. Ten slotte moet Europese regelgeving zorgen dat de grote platformen hun verantwoordelijkheid volop opnemen om minderjarigen te beschermen tegen schadelijke inhoud.

Ook tegen haatspraak moet correct opgetreden worden. Negatieve commentaren krijgen te veel aandacht op sociale media, want hun algoritmes zijn precies daarop afgestemd. Ook voor hun privacy worden jongeren nog altijd niet genoeg beschermd, maar hun ouders en zijzelf zijn zich daar niet altijd van bewust.

Zorg voor mediawijsheid en een gezonde houding tegenover scherm- en internetgebruik
Mediawijsheid is cruciaal: op school, vanaf jonge leeftijd en ook bij ouders. Daarnaast hebben kinderen en jongeren recht op tijd die vrij is van huiswerk, toetsen en schooltaken. We merken dat digitale schoolplatforms zoals Smartschool voor kinderen en jongeren soms ongezonde stress opleveren, wat hun welzijn bedreigt. We vragen dat de overheid scholen stimuleert om een gezond beleid over onlineplatforms uit te werken.

Coördineer bestaande klachteninstanties en maak ze beter bekend
Er bestaan verschillende initiatieven, regulatoren en klachteninstanties, zoals de gegevensbeschermingsautoriteit, de consumentenombudsdienst, de Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame, Child Focus, Unia en de Vlaamse Regulator voor de Media. Het is de rol van de overheid om te zorgen dat deze klachtenmechanismen gecoördineerd en bekend gemaakt worden. We vragen ook inspanningen om deze kindvriendelijk te maken.

Garandeer kinderen een gezond leefmilieu

General Comment No. 26  bij het kinderrechtenverdrag zegt dat een schoon, gezond en duurzaam milieu nodig is voor het volledig genot van een breed scala van kinderrechten, waaronder het recht op leven, overleven en ontwikkeling, gezondheid, onderwijs, toereikende levensstandaard, huisvesting, eten, water en sanitaire voorzieningen, rust, spel, vrijetijdsbesteding en cultureel leven, genot van de eigen cultuur en bescherming tegen geweld en uitbuiting.

Kinderen zijn heel kwetsbaar voor de schadelijke impact van milieuverontreiniging. Daarom moeten milieumaatregelen rond luchtverontreiniging, PFOS, PFAS of hormoonverstoorders kinderen als maatstaf nemen en dus een kindnorm hanteren als vertrekpunt voor beleid.
Baby’s die nu geboren worden, zullen zeven keer meer extreme hittegolven meemaken dan een 60-jarige. Ook ander extreem weer, zoals superstormen, overstromingen en bosbranden zullen vaker voorkomen . België wordt nu al getroffen door klimaatopwarming.

Veel jongeren voelen ‘klimaatangst’: berichtgeving en feiten wekken angst en stress op door de onzekerheid over de toekomst. Jongeren vinden dat Vlaanderen te weinig doet voor het klimaat. Op de Kinderrechtendag pleitten ze ervoor om de lat in België hoog te leggen en minstens de nationale en Europese afspraken na te komen. Ze gaven terecht aan dat klimaatopwarming aanpakken veel geld kost, maar dat te weinig doen nog meer kost en dat jongeren die factuur zullen moeten betalen.

[Dit zijn federale en Vlaamse aanbevelingen.]
Garandeer dat milieumaatregelen kindgevoelig zijn
Bouw in alle beleidsbeslissingen over het milieu de noden van kinderen in. Als een beleid goed is voor de meest kwetsbaren, is het goed voor iedereen.

Voer een sociaal rechtvaardig klimaatbeleid op basis van wetenschappelijke kennis en van de technologieën die er zijn 
Vertrouw op de best beschikbare wetenschappelijke projecties om het nodige ambitieniveau van klimaatmaatregelen te bepalen. Sensibiliseer gezinnen correct over wat ze zelf kunnen doen, en hou rekening met de sociaal-economische verschillen tussen gezinnen en met de verschillen in draagkracht als je inspanningen vraagt of gedrag aanmoedigt. Voer ook een eerlijk internationaal klimaatbeleid. Wees voorbereid op klimaatrampen, neem de nodige aanpassingsmaatregelen en zorg voor een degelijk slachtofferfonds.

Neem de zorgen van kinderen over het klimaat en hun toekomst serieus en betrek ze bij het klimaatbeleid 
Kinderen zijn niet verantwoordelijk voor de klimaatveranderingen, maar zullen er in hun leven wel het meest onder lijden. We vragen overheden om de bezorgdheden van kinderen serieus te nemen. Kinderen en jongeren zijn niet alleen lichamelijk kwetsbaarder voor extreme condities, ze worden ook niet democratisch vertegenwoordigd. Daarom is het belangrijk hun stem op andere manieren aan bod te laten komen in het debat en het beleid. Ondersteun kinderen en jongeren als ze zich verenigen en willen opkomen voor hun rechten. In hun resolutie op de Kinderrechtendag in 2021 stelden de jongeren voor een klimaatconferentie te organiseren in België met jongeren aan het woord en dat te herhalen om op te volgen wat de overheid effectief doet. Nu kunnen alleen volksvertegenwoordigers de overheid ter verantwoording roepen in het parlement, en jongeren hebben geen stemrecht.

Maak een prioriteit van educatie en sensibilisering in al hun vormen en gun elk kind toegang tot groene ruimtes in de buurt
Zorg dat alle kinderen natuur en groen kunnen beleven dicht bij huis, zodat ze de waarde ervan kunnen ervaren. Empower kinderen door wetenschappelijke kennis over klimaatverandering te koppelen aan de kennis over en het begrip van hun rechten, zodat ze hun rechten effectief kunnen uitoefenen en benutten.

Groene omgevingen leiden tot lagere stressniveaus bij jonge moeders en kinderen.  Ze hebben een positieve impact op het mentaal welzijn van het hele gezin. Bescherm daarom natuurparken en leg nieuwe parken aan. Kies ook voor groen in de stad.

Veel klimaatinspanningen dienen meer dan één doel tegelijk. Een voorbeeld is vergroenen en ontharden. Dat kan er enerzijds voor zorgen dat temperaturen in hittegolven draaglijker blijven, en tegelijk zorgt het voor aangenamere buurten om in te leven, schonere lucht en een lager stressniveau.

Garandeer dat kinderen en jongeren zich veilig en zorgeloos kunnen verplaatsen

Kinderen en jongeren moeten zelfstandig en veilig op pad kunnen gaan. Ze gaan naar school, naar hun ene of andere thuis, naar de sportclub of jeugdvereniging, naar formele en informele speelruimtes. Meer dan volwassenen verplaatsen ze zich als voetganger, fietser of met het openbaar vervoer. Daardoor zijn ze kwetsbaarder in het verkeer. Jongeren zijn bovendien soms ’s avonds laat en zelfs ’s nachts onderweg. We vragen in het mobiliteitsbeleid een kindnorm te gebruiken. Dat betekent dat het kind het referentiepunt is voor de modale weggebruiker en de gebruiker van het openbaar vervoer. Iedere andere fietser, wandelaar of gebruiker van het openbaar vervoer plukt daar mee de vruchten van. Daarnaast is het ook in het kader van duurzaamheid en klimaatbeleid wenselijk mensen aan te moedigen om minder vervuilende manieren van vervoer te gebruiken.

Veertig jaar geleden lieten ouders kinderen vanaf 8 jaar zelfstandig los in het verkeer. Vandaag is dat vanaf 12 jaar. Het Kinderrechtencommissariaat vindt dat kinderen vanaf 8 jaar korte en bekende trajecten zelfstandig zouden moeten kunnen afleggen in een veilige omgeving. Een zone 30 in dorpskernen en schoolomgevingen is een belangrijke voorwaarde. Een kind dat aangereden wordt tegen 30 kilometer per uur, loopt 10% risico op dodelijke verwondingen, vergelijkbaar met een val van 3,5 meter hoog. Bij 50 kilometer per uur is het risico op dodelijk letsel bijna 90%, vergelijkbaar met een val van 10 meter hoog.

[Dit is een Vlaamse en lokale aanbeveling.]
Investeer in toekomstgerichte, veilige infrastructuur voor fietsers en voetgangers

Jongeren zeiden op de Kinderrechtendag dat ze als ze fietsen, ze over paden rijden in slechte staat vol “bobbels”, met slechte verlichting en slecht georganiseerde kruispunten. En dat ze het niet gek vonden dat ouders het te onveilig vinden om hun kind met de fiets naar school te laten gaan.
Verkeersveiligheid moet afgestemd zijn op jonge weggebruikers: er is aangepaste verkeersinfrastructuur nodig, met genoeg veilige fiets- en voetpaden, conflictvrije en leesbare kruispunten en veilige schoolomgevingen. Jongeren vroegen ook om sluipverkeer en zwaar vrachtverkeer uit woongebieden te weren, zeker op momenten dat veel jongeren onderweg zijn, bijvoorbeeld voor en na school.

Jongeren zeiden op de Kinderrechtendag ook dat er te veel fietsen gestolen worden. Er zijn veilige stelplaatsen nodig, met laadpunten voor elektrische fietsen.

[Dit is een federale en Vlaamse aanbeveling.]
Zorg voor degelijk openbaar vervoer voor alle kinderen en jongeren
Ook gaven jongeren aan dat ze op zondag het openbaar vervoer proberen te mijden. Omdat ze dan lang moeten wachten op overstappen en aansluitingen niet gegarandeerd zijn. En dat de bus soms gewoon niet komt opdagen. Ze zeiden ook dat ‘s avonds laat de bus nemen niet evident is als de laatste bus om 21.20 uur rijdt.
Investeringen in betaalbaar en betrouwbaar openbaar vervoer blijven hard nodig. De Lijn en de NMBS moeten uitgaan van de vervoersnoden en -mogelijkheden van kinderen en jongeren. Verhoog de frequentie van trein, tram en bus op drukke momenten ’s avonds, ’s nachts en in het weekend. Dat zorgt voor meer zelfstandigheid én veiligheid. Of investeer in alternatieven zoals belbus of goedkope taxi’s. Zorg voor eenvormigheid in terugbetaling van abonnementen voor het openbaar vervoer. Nu zijn die gratis in sommige gemeenten, soms betaalt de gemeente 50% terug en voor jongeren in andere gemeenten is er geen enkele korting.

Vermijd een nieuwe opvangcrisis en ga voor permanente bufferplaatsen voor minderjarigen

Het kinderrechtenverdrag verplicht België om te zorgen voor alle buitenlandse minderjarigen die in België met of zonder hun ouders aankomen, ook in tijden van crisis.

Iedereen die internationale bescherming aanvraagt in België, heeft recht op opvang in afwachting van een uitspraak over de asielaanvraag. Het gaat niet alleen om onderdak, maar ook om eten, kleren, medische, sociale, psychologische en juridische begeleiding.

Momenteel hebben alle minderjarigen die internationale bescherming aanvragen opvang. Maar nog niet zo lang geleden was dat anders. De opvangcrisis (2022) trof zowel gezinnen met minderjarige kinderen als niet-begeleide minderjarigen die in België internationale bescherming vroegen. Zo’n driehonderd jongeren kregen geen opvang op de dag van hun asielaanvraag. Ook gezinnen kregen niet altijd systematisch opvang. Medewerkers van Fedasil werkten al lang in erg moeilijke omstandigheden en trokken al langer aan de alarmbel. Middenveld- en humanitaire organisaties deden er alles aan om ook gezinnen en niet-begeleide minderjarigen met leeftijdstwijfel op te vangen als Fedasil of zijn partners dat niet konden, maar ook hun capaciteit was bereikt.

Jongens vertelden ons hoe onmenselijk koud het ’s nachts was en dat ze de hele nacht buiten doorbrachten, dat ze niets begrepen van de informatie die ze kregen en daardoor ’s nachts ronddoolden.
Een jongen die op straat verbleven had, vertelde ons ook dat hij een meisje gesproken had dat zei dat ze in een van haar dakloze nachten op straat verkracht was maar dat ze geen aangifte durfde te doen.

Verschillende rechten werden niet gerealiseerd: hun recht op passende bescherming en zorg, op toegang tot gezondheidszorg, op opvang en begeleiding, op informatie en inspraak, op bescherming tegen elke vorm van exploitatie en misbruik.

Die mensonwaardige toestanden mogen zich niet herhalen. Toch is er nog altijd geen structurele oplossing als ineens veel meer minderjarigen asiel aanvragen. Het opvangnetwerk is niet goed genoeg voorbereid op migratiefluctuaties en er komen nog van die crisissen in de nabije toekomst.

Dit zijn federale en lokale aanbevelingen

  • Werk aan langetermijnoplossingen, zoals een solide opvangsysteem, dat zich kan aanpassen aan de schommelingen die inherent zijn aan de asielrealiteit
  • Voorkom dat jongeren opnieuw op straat terechtkomen. Creëer genoeg vaste bufferplaatsen in het opvangnetwerk
Regel opvang op maat van jonge niet-begeleide minderjarigen

Als niet-begeleide minderjarigen nog geen 15 jaar zijn en aankomen in België, stromen ze normaal meteen door naar een opvangstructuur die het best is aangepast aan hun noden, zoals kleinschalige leefgroepen in de jeugdhulp of pleeggezinnen. Maar die doorstroom is niet meer zo vanzelfsprekend. Begin mei 2023 verbleven 121 niet-begeleide minderjarigen jonger dan 15 jaar in collectieve opvangcentra van Fedasil.  

Hoewel medewerkers van Fedasil alles doen om die jongeren goed op te vangen en te begeleiden, is collectieve opvang ongeschikt voor kinderen, zeker voor jonge niet-begeleide minderjarigen. Ze kunnen niet dezelfde kwaliteit van zorg en ondersteuning bieden als de jeugdhulpvoorzieningen, omdat er verschillen zijn in omkadering: het aantal medewerkers per leefgroep en hun opleidingsniveau, de omvang van de leefgroepen, de infrastructuur. De begeleiders in collectieve opvangcentra hebben minder antwoorden op de psychosociale noden van die doelgroep. Er is ook risico op misbruik omdat veel jongeren en volwassenen samen zitten.

Een jongere vertelt ons dat hij sinds hij niet meer in het Fedasil-centrum verblijft, maar wel in de jeugdhulp, hij veel minder stress heeft. Hij woont nu niet meer samen met vierhonderd anderen, en ligt niet meer met andere jongens op de kamer. Er wordt meer gekeken of iedereen goed op school raakt. Hij zei ook dat hij beter geholpen wordt en met vragen terecht kan bij de begeleiding.

[Dit zijn federale en Vlaamse aanbevelingen.]
Laat de jongere niet-begeleide minderjarigen zo snel mogelijk doorstromen naar de jeugdhulp. Creëer daarom meer plaatsen voor die groep in de jeugdhulp
Het aantal niet-begeleide minderjarigen jonger dan 15 jaar neemt sterk toe, net zoals het aantal niet-begeleide minderjarigen met complexe noden. Maar het aantal regulier erkende opvangplaatsen voor niet-begeleide minderjarigen in de jeugdhulp blijft hetzelfde.

Zorg voor betere doorstroom van oudere niet-begeleide minderjarigen in de jeugdhulp naar de lokale opvanginitiatieven
Vandaag gebeurt dat te weinig, onder andere omdat er ook daar wachtlijsten zijn.

Doe maximale inspanningen zodat de allerjongste niet-begeleide minderjarigen terechtkunnen in pleegzorg
Dat is geen gemakkelijke opdracht. Momenteel zijn er amper pleeggezinnen die zich opgeven voor de allerjongste niet-begeleide minderjarigen. Hoewel Pleegzorg Vlaanderen onlangs nog een campagne lanceerde om nieuwe gezinnen aan te trekken voor niet-begeleide minderjarigen, leidde dat niet tot het verhoopte succes.

Zorg voor outreachende mobiele en ambulante begeleiding en ondersteuning van collectieve opvangcentra waar jonge niet-begeleide minderjarigen verblijven die nog niet kunnen doorstromen naar jeugdhulpvoorzieningen
 

Maak een einde aan pushbacks van mensen op de vlucht

Pushbacks, dat is mensen op de vlucht onderscheppen en terugsturen zonder juridische procedure, zonder aandacht voor individuele omstandigheden en zonder de mogelijkheid om asiel aan te vragen. Ook kinderen en jongeren op de vlucht worden vaak met geweld teruggeduwd van Europa’s binnen- en buitengrenzen. Veel Europese landen zien ze niet als kinderen, maar als een dreiging waartegen ze politie en militaire repressie inzetten. Het Kinderrechtencommissariaat krijgt verontrustende meldingen over kinderen die op een onmenselijke en vernederende manier behandeld worden aan de grenzen. Ze hebben ernstige verwondingen, maakten heel wat stress, angst en trauma’s mee.

Een jongere op de vlucht vertelde ons over zijn angst voor honden en politie in Kroatië. Hij zei dat niet alle vrouwen en kleine kinderen daar zijn weggeraakt om door te reizen.
De jongen zei dat ze geslagen werden. Ze werden “animals” genoemd. Mensen keken op hen neer en waren gemeen. Hij herinnert zich hoe vernederd hij zich voelde toen iemand de balpen afkuiste die hij had teruggeven.

ENOC, het Europees Netwerk van kinderombudsdiensten, stelde een gezamenlijke verklaring op waarin de ENOC-leden pushbacks veroordelen en vaststellen dat de rechten ernstig geschonden worden van kinderen die onderweg zijn, alleen of met hun familie. Net als het Kinderrechtencommissariaat kregen ook andere landen alarmerende meldingen van minderjarigen aan binnen- en buitengrenzen. Meldingen over de onmogelijkheid om asiel aan te vragen, over zware verwondingen of zelfs overlijden.


[Dit zijn Europese aanbevelingen.]
Maak een einde aan pushbacks, waar dan ook
Ze zijn in strijd met kinder- en mensenrechten, het humanitair recht en het vluchtelingenrecht. De veiligheid en het leven van kinderen moet altijd zwaarder wegen dan alle andere overwegingen en prioriteiten.

Bescherm kinderen op de vlucht en weiger nooit kinderen en jongeren de toegang tot een land
Daar ben je als land ook toe verplicht door onder andere de Conventie van Genève en het kinderrechtenverdrag. Breng minderjarigen zo snel mogelijk in beeld, bied ze onderdak en zorg en voorzie in kindvriendelijke informatie en ondersteuning.

Zorg voor grensbeheersprocessen die veilig zijn en tegelijk ook kinderrechten eerbiedigen, beschermen en vervullen.

Meer weten: 
European Network of Ombudspersons for Children (ENOC) (2021), Position Statement
Violations of the Human Rights of Children on the Move in the context
of pushbacks.

Versterk de samenwerking voor aangepaste opvang en zorg voor buitenlandse niet-begeleide straatkinderen

Het blijft zorgen baren dat er in België in de grote steden straatkinderen en jongeren van Maghrebijnse origine zonder begeleiding op straat verblijven en rondtrekken. Ze zijn amper tussen de 11 en 18 jaar oud en leven vaak op straat of in kraakpanden zonder hun ouders.  Op jaarbasis gaat het om enkele honderden kinderen en jongeren in België.  Ze kampen vaak met geestelijke gezondheidsproblemen en drugsproblemen, ze plegen delicten, en vallen ten prooi aan mensenhandel, geweld en seksueel misbruik. Anders dan andere niet-begeleide minderjarigen, vragen ze geen asiel aan in België of gebruiken ze België niet als tussenstop op weg naar het Verenigd Koninkrijk. Ze zwerven door Europa en zijn vaak slachtoffer van bendeleiders.

Organisaties en hulpverlenende instanties proberen die kinderen en jongeren verschillende vormen van hulp aan te bieden, meestal zonder succes. Ze vragen zelf niet om hulp en zijn moeilijk benaderbaar. Die kinderen en jongeren zijn erg kwetsbaar op heel wat vlakken. Hun behoeften zijn meervoudig en complex. De antwoorden zijn dus allesbehalve eenvoudig. Maar het kinderrechtenverdrag is duidelijk: die kinderen hebben recht op zorg, op gezondheidzorg, op bescherming tegen geweld en uitbuiting, en op onderwijs.

[Dit zijn federale, Vlaamse en Europese aanbevelingen.]
Stimuleer meer samenwerking tussen diensten, organisaties op het terrein en onderzoekers. Ga voor een gecoördineerde aanpak tussen overheden, over beleidsdomeinen heen
Werk samen vanuit verschillende instanties maar bepaal ook welke minister en welk beleidsdomein de hoofdverantwoordelijkheid heeft. Nu wordt er soms naar elkaar gekeken vanuit de verschillende kabinetten voor Welzijn, Migratie, Brussel en de lokale besturen. Zoek uit hoe we die minderjarigen kunnen bereiken, begeleiden en helpen om zo hun recht op bescherming, onderwijs en gezondheidszorg te garanderen.

Organiseer gepaste opvang en hulpverlening die die jongeren, die vaak zelf weinig of geen hulp vragen, toch kan vasthouden 
Er lijkt momenteel geen gepast aanbod te zijn. Het bestaande residentiële aanbod en ook de besloten opvang van die jongeren is vaak niet aangepast aan de doelgroep en vaak ontbreekt een zinvol vervolgtraject na een opname in een besloten setting. Er moet genoeg aanbod komen in een laagdrempelig inloopcentrum met mogelijkheid tot nachtopvang en hulpverlening die zich richt op zwervende kinderen en jongeren. Soms gaat het om jongere kinderen van 10 en 11 jaar die extra vatbaar zijn om slachtoffer te worden van geweld of misbruik en voor wie heel aanklampende hulpverlening zich opdringt.

Agendeer dit probleem op Europees niveau 
Het gaat om een erg mobiele groep kinderen en jongeren die reizen tussen de verschillende Europese landen, zoals Spanje, Frankrijk, Italië, Nederland, Duitsland, Denemarken en Zweden. De verschillende landen zitten met vergelijkbare vragen en uitdagingen, maar hebben ook heel wat expertise die benut en gedeeld kan worden.

Zorg voor een kindtoets in het politiewerk

De eerste contacten met politie zijn vaak bepalend voor het beeld dat jongeren van de politie hebben en dit vaak voor de rest van hun leven. Een negatieve ervaring heeft erg veel impact. 
De politie behandelt kinderen en jongeren vaak op dezelfde manier als volwassenen, met weinig aandacht voor hun kwetsbare situatie. Vaak niet uit onwil, maar wel omdat er nauwelijks handvatten zijn voor hun werk met jongeren.

Het vonnis van 20 februari 2022 in de zaak van Mawda maakt opnieuw duidelijk dat de overheid verplicht is op basis van de internationaalrechtelijke normen om alle politieambtenaren op te leiden over de rechten van het kind. Zowel in hun basisopleiding als in de bijscholing van agenten. Daarnaast moet de politie bij een interventie altijd rekening houden met de belangen van het kind.

[Dit zijn federale aanbevelingen.]
Zorg voor een onderdeel over kinderen, jongeren en hun rechten in de opleiding voor agenten
Ontwikkel een module voor de politiescholen over de omgang met minderjarigen vertrekkende vanuit het belang van het kind en het Kinderrechtenverdrag.

Voor politie-interventies waar minderjarigen bij betrokken zijn, is aparte regelgeving nodig
Artikel 19 van het VN-kinderrechtenverdrag zegt dat kinderen beschermd moeten worden tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld en mishandeling. Daarnaast hebben minderjarigen recht op informatie op hun maat. Hun recht op een kindspecifieke aanpak en bijzondere zorg moet ook vertaald worden naar het politieoptreden tegenover minderjarigen. Er moet verder werk gemaakt worden van aparte regelgeving, procedures en protocollen voor politieoptreden tegen minderjarigen, of die nu slachtoffer, getuige of mogelijk betrokken zijn bij een delict. Daarnaast moet men onderzoeken hoe aangepaste handelwijzen tegenover minderjarigen hun weg kunnen vinden naar de interventiegids voor agenten.

Maak werk van een efficiënt, toegankelijk, kindvriendelijk en transparant klachtenmechanisme 
Minderjarigen die vragen stellen over een politieoptreden of zich niet correct behandeld voelen, hebben weinig zicht op de klachteninstanties. De klachtenlijnen van de korpschefs, de dienst Intern Toezicht of Comité P zijn voor hen onbekend of té onduidelijk. In de klachtenafhandeling zelf ervaren minderjarigen weinig toegankelijk taalgebruik. Bovendien hebben weinig jongeren vertrouwen in de interne klachtenlijnen bij de politie. De angst voor represailles is groot. Het klachtensysteem en de procedure moeten toegankelijker worden.

Geef donorkinderen toegang tot afstammingsinformatie

Zorg dat kinderen die een donor als biologische ouder hebben, toegang krijgen tot informatie over hun afstamming. De huidige wet op de medisch begeleide voortplanting (MBV) richt zich op volwassenen met een kinderwens, maar heeft geen oog voor de kinderen die verwekt zijn door donorconceptie. Voortplantingstechnieken gaan over veel meer dan een kinderwens. Naast een kinderwens is er ook een mogelijk verzoek tot afstammingsinformatie van donorkinderen. Voor donorkinderen kan het van groot belang zijn om te kunnen achterhalen van wie ze genetisch afstammen. De MBV-wet laat dat niet toe want ze gaat uit van absolute anonimiteit. Het donorkind kan geen informatie krijgen over de donor en omgekeerd. Toch verplicht het kinderrechtenverdrag België om donorkinderen toegang te geven tot afstammingsinformatie.

Donorkinderen hebben rechten 
In het kinderrechtenverdrag staan verschillende bepalingen die invulling geven aan het recht van elk kind om zijn afstamming te kennen.

Een jongen vertelde aan een medewerker van onze klachtenlijn dat hij als 11 jarige en donorkind al veel gezocht had naar zijn papa, maar zonder resultaat, wat voor hem echt lastig was. Hij had gelezen dat het in België bijna onmogelijk is om je donorvader te leren kennen en vroeg zich af of het dan niet zijn recht was om zijn vader te kennen.

Vanuit kinderrechtenperspectief is de donoranonimiteit uit de MBV-wet onhoudbaar. Het kinderrechtenverdrag is bindend voor België en creëert dus verplichtingen voor België om het recht van kinderen op toegang tot afstammingsinformatie te respecteren, te beschermen en te realiseren. Door nog altijd de anonimiteit van de donor te waarborgen, schendt België zijn internationale verplichtingen.

Dit zijn federale en Vlaamse aanbevelingen:

  • Veranker de volledige opheffing van donoranonimiteit in de MBV-wet
  • Ga voor een onafhankelijk, centraal en digitaal donorregister dat donorgegevens bewaart, beheert en vrijgeeft
  • Besteed ook aandacht aan zoektochten naar genetische halfbroers en halfzussen, voor zover alle betrokkenen daar toestemming voor geven
  • Organiseer structurele begeleiding en nazorg voor donorkinderen en veranker die in de wet
  • Veranker de verplichting van fertiliteitscentra om volwassenen met een kinderwens in te lichten over het belang van openheid van de donorverwekking en over de risico’s van geheimhouding
  • Onderzoek ook andere manieren om de toegang tot afstammingsinformatie voor donorkinderen mogelijk te maken

Zoals de vermelding van donorconceptie in de geboorteakte, in het medisch dossier, in een centraal register of geboorteregister.

Denk ook aan donorkinderen van vóór de wetswijziging bij wie de anonimiteit van de donor wellicht blijft gelden

  • Doe een oproep aan donoren en donorkinderen om een DNA-staal af te staan. 
  • Maak budget vrij om het DNA-onderzoek van donoren en donorkinderen van vóór de wetswijzing te vergoeden. 
  • Vraag in een overgangsperiode vroegere donoren of ze hun anonimiteit wel of niet, eventueel gedeeltelijk willen laten vallen.
Image
Maak kinderen en jongeren mee zichtbaar tijdens de verkiezingen zodat ze niet vergeten worden. Maak kinderrechten prioriteit. Zo wint iedereen.