Beleidsnota Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding 2024-2029: reflecties vanuit kinderrechtenperspectief
Op 15 november 2024 diende minister Caroline Gennez haar beleidsnota Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding 2024-2029 in bij het Vlaams Parlement. In dit advies geven we onze visie op de beleidsnota vanuit kinderrechtenperspectief. We doen dat voor de domeinen kinderopvang, jeugdhulp, mentaal welzijn en interlandelijke adoptie. Voor het thema armoede verwijzen we naar ons advies van 2 december.1
Elke dag komen veel kinderen en jongeren in aanraking met de bevoegdheden uit de beleidsnota: alle baby’s en peuters die naar de kinderopvang gaan, de kinderen en jongeren in de jeugdhulp, alle minderjarigen die op de een of andere manier in aanraking komen met preventie rond zorg en welzijn. De beleidsnota heeft een grote impact op het dagelijks leven en welzijn van kinderen in Vlaanderen.
Het VN-Kinderrechtenverdrag benadrukt het recht op zorg en op ontwikkelingskansen. Artikel 6 vraagt staten om de ontwikkeling van het kind te waarborgen. Artikel 19 om kinderen te beschermen tegen mishandeling en verwaarlozing. Artikel 21 zegt dat het belang van het kind voorop moet staan bij adoptie. Artikel 24 gaat over het recht op gezondheidszorg. Het is duidelijk: dit beleidsdomein is bij uitstek gebaat met een sterke kinderrechtenbenadering.
We zien veel ambitie in de beleidsnota, die pijnpunten erkent en op veel vlakken de juiste klemtonen legt. We lezen ook graag dat de minister grote investeringen wil doen, om zo de achterstand zowel in de kinderopvang als in de jeugdhulp weg te werken. Toch hebben we veel vragen over de concrete uitwerking. Hier en daar vragen we ons af of de plannen volstaan om de hiaten op te vullen en de wachtlijsten weg te werken.
Onze aanbevelingen
Laat kinderopvang meer zijn dan opvang
- Zet naast plaats, prijs en personeel ook in op pedagogische kwaliteit.
- Geef élk kind een plaats in de kinderopvang. Maak dus een einde aan de voorrangsregels.
- Zorg voor en draag zorg voor genoeg gekwalificeerd personeel.
- Verminder het aantal kinderen per begeleider.
- Maak alle opvang inkomensgerelateerd.
- Zet verder in op veiligheid in de kinderopvang, onder andere door vast te houden aan het voorzorgsprincipe en door blijvende aandacht voor kwaliteit.
Werk een masterplan uit voor de jeugdhulp
- Zorg voor financiering die in overeenstemming is met de ambities uit de beleidsnota.
- Geef elke situatie van verontrusting een gepast antwoord: dat vraagt niet alleen om tijdige signalering, maar vooral om een hulpaanbod zonder wachtlijsten.
- Zet verder in op vorming over het beroepsgeheim. Ga omzichtig om met informatiedeling.
- Realiseer een breed toegankelijk en multidisciplinair prenataal zorgaanbod, met waar nodig extra aanklampende hulpverleningstrajecten. Breid het decreet integrale jeugdhulp uit zodat dit ook van toepassing is op ongeboren kinderen, inclusief ondertoezichtstelling bij de jeugdrechtbank, zoals omschreven in de beleidsnota.
- Zorg dat de gemandateerde voorzieningen en de sociale diensten jeugdrechtbank voldoende bemand zijn om kwaliteit te kunnen leveren.
- Blijf zoals vandaag toepassen dat gemandateerde voorzieningen en sociale diensten van de jeugdrechtbanken alleen een dossier openen voor bij hen aangemelde minderjarigen. Maak dat niet automatisch voor alle gezinsleden.
- Zorg dat bij gedwongen hulpverlening de verwachtingen voor alle partijen duidelijk zijn.
- Maak de plannen om te evolueren naar één gemandateerde voorziening.
- Trek volop de kaart van continuïteit in de hulpverlening. Maak een speerpunt van wat de beleidsnota daarover vermeldt, zeker over samenwerking tussen jeugdhulp, geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg.
- Laat jongeren op de drempel van de meerderjarigheid niet los. Zorg voor een gepast hulpverleningsaanbod, zowel voor als na hun achttiende verjaardag.
- Zorg dat jongeren die niet thuis kunnen opgroeien zoveel mogelijk in een warme context op gezinsmaat kunnen verblijven, bij voorkeur samen met hun broers en zussen.
- Geslotenheid moet altijd een laatste redmiddel zijn. Jongeren onder de twaalf jaar horen niet thuis in gesloten voorzieningen en al helemaal niet in de gemeenschapsinstellingen.
- Werk een ‘high risk high care’-unit uit waar de rechtspositie van minderjarigen onverminderd wordt gerespecteerd.
- Breng de nood aan jeugdhulp voor NBMV in kaart en zorg dat er een passend antwoord komt voor elke jongere op de vlucht in een verontrustende situatie.
- Draag zorg voor de mensen die zorg dragen voor onze kinderen en jongeren. Blijf mensen die in de jeugdhulp werken en die de jeugdhulp verlaten vragen wat ze nodig hebben.
Luister naar jongeren over mentaal welzijn
- Werk samen met het federale niveau wachtlijsten weg in de geestelijke gezondheidszorg, ook voor kinderen en jongeren die intensieve of hooggespecialiseerde hulp nodig hebben.
- Voorkom samen met de federale overheid (gedwongen) opnames van minderjarigen in de psychiatrie voor volwassenen.
- Zorg voor snelle diagnostiek, maar blijf kijken naar het kind achter de diagnose. Zorg dat hulp zoveel mogelijk beschikbaar is op basis van concrete hulpvragen en niet exclusief op basis van een diagnose.
- Werk aan mentaal welzijn via een sterk kinderrechtenbeleid.
Wees terughoudend bij interlandelijke adoptie
- Ga voor grote terughoudendheid en voorzichtigheid bij interlandelijke adoptie.
- Wacht eerst de lopende onderzoeken af van de onregelmatige adopties om daarna interlandelijke adoptie te evalueren, eerder dan meteen het decreet uit te rollen en de toekomst van interlandelijke adoptie uitdrukkelijk te benadrukken.
- Verlaat het systeem van wachtlijsten bij interlandelijke adoptie en werk met een pool van kandidaat-medeadoptieouders.
- Koppel zorg, nazorg en begeleiding los van de adoptiedienst.
- Maak levenslange zorg en begeleiding niet alleen mogelijk voor de huidige generatie adoptiekinderen maar ook voor volwassen geadopteerden die dat nodig hebben.
Bekijk de tekst
Bezorgd
We bezorgden dit advies op 9 december 2024 aan de Vlaamse volksvertegenwoordigers van het Vlaams Parlement en de bevoegde ministers.